Natuurjournaal 15 april 2026
In dit artikel:
Beflijsters trekken nu door Nederland op weg naar hun broedgebieden; ze broeden hier zelf niet, maar in streken als Noorwegen, noord-Lapland, Schotland, Wales en berggebieden in Centraal- en Zuid-Europa (bijv. de Alpen). Vanuit overwinteringsgebieden rond de Middellandse Zee en Noord‑Afrika bewegen ze zich in het voorjaar westwaarts, waardoor ze tussen eind maart en mei in Nederland zichtbaar zijn. Ze lijken op merels maar vallen op door een lichte “bef” op de borst (bij mannen helderwit, bij vrouwtjes bruinwit) en wat lichtere vleugels.
De eerste gierzwaluwen zijn eveneens teruggekeerd uit Sub‑Sahara Afrika en zullen wél in Nederland broeden. Oorspronkelijk nestelden ze in rotswanden met holtes; tegenwoordig gebruiken ze vaak gebouwen, maar dichte spouwmuren en geïsoleerde daken verminderen hun nestmogelijkheden sterk. Een eenvoudige maatregel zoals een gierzwaluwnestkast kan daarom veel helpen. Deze vogels brengen het grootste deel van hun leven in de lucht door — buiten de broedtijd vliegen ze maandenlang onafgebroken, bij jonge dieren soms zelfs jaren — en vallen op door hun snelle vleugelslagen, lange zweefmomenten en het schreeuwende geluid waaraan ze hun naam danken.
Tekstbron: Marco Wind (Nature Today).