Natuurherstel in Bargerveen: eeuwenoud hoogveen herleeft
In dit artikel:
In het zuidoosten van Drenthe, tegen de Duitse grens, ligt het Natura 2000-gebied Bargerveen-Schoonebeek — een van de laatste Europese hoogveengebieden. Ooit strekte in het noorden van Nederland een uitgestrekt veenmoeras van circa 160.000 hectare; door eeuwenlange veenwinning bleef daarvan nog maar zo’n 2.500 hectare over. Sinds eind jaren zestig zet de overheid, met partijen als Staatsbosbeheer, de provincie Drenthe, uitvoeringsorganisatie Prolander, waterschap, boeren en omwonenden, in op herstel en behoud van dit kwetsbare landschap.
Hoogveen is ecologisch en klimaat-technisch waardevol: het herbergt zeldzame planten en dieren (reptielen, heikikkers, specifieke vogels en vlinders) en slaat grote hoeveelheden CO2 op — een deel van de motivatie achter het herstel. De grootste technische uitdaging is het vasthouden van water: hoogveen moet continu nat blijven, terwijl omliggende landbouw juist baat heeft bij een lager grondwaterpeil. Om het veen te laten aansterken werden sloten gedempt, kades aangelegd en vanaf rond 2000 een 13 km lange zandleemkade gebouwd die het natte binnengebied scheidt van het drogere buitengebied.
Kades alleen waren echter niet voldoende; water kan via diepere lagen wegstromen. Daarom zijn bufferzones langs de kade ingericht die door een hoge grondwaterstand tegendruk bieden en tegelijk ruimte geven om regenwater op te vangen. Deze zones fungeren ook als nieuwe natuurgebieden met rietvelden en habitat voor soorten als de grauwe klauwier.
Met het Programma Natuur wordt nu de aanleg van Buffer Zuid voorbereid: 220 hectare verdeeld over vier vakken met verschillende inrichting, die zowel natuurwaarden als recreatiemogelijkheden bieden. Omwonenden zijn intensief betrokken bij de plannen; ideeën variëren van horeca en kano- of suproutes tot uitkijkpunten en vogelkijkhutten. De provincie wil het herstel combineren met publiekstoegang en lokale economische draagkracht, zodat investeringen ook zichtbaar voordeel opleveren voor de omgeving.
De uitvoering vergde ingrijpende ruimtelijke aanpassingen: voor Buffer Zuid zijn enkele boerenbedrijven verplaatst via ruilverkaveling, zodat landbouwbedrijven grotere, aaneengesloten percelen kregen en het waterschap het watersysteem kan optimaliseren. Het projectteam benadrukt dat die ingebouwde samenwerking tussen natuur, landbouw en recreatie de regio robuuster en toekomstbestendiger maakt.
Ecologisch levert het herstel al zichtbare resultaten op: veenmosrijke matten verschijnen opnieuw, waardoor soorten als adders, heideblauwtjes, aardbeivlinders en heikikkers zich weer vestigen. Om soortenverbindingen te verbeteren is een faunapassage onder een doorgaande weg aangelegd, zodat bijvoorbeeld adders veilige migratieroutes hebben en inteelt wordt tegengegaan.
Tegelijk blijven knelpunten bestaan. De hoge stikstofdepositie uit de wijde omgeving bedreigt het voedselarme karakter dat gezond hoogveen nodig heeft; daarom wordt ongewenste verrijking bestreden, onder meer met begrazing (ongeveer 2.000 schapen en 220 koeien). Om mestdruk te verminderen blijven veel schapen ’s nachts binnen. Verder is het systematisch hoog houden van het grondwater cruciaal: droging leidt tot oxidatie van veen en vrijgave van opgeslagen CO2.
Bargerveen is daarmee een voorbeeldproject in combinatiebeleid: technische werken (kades, bufferzones), ruimtelijke ruilen, ecologische maatregelen en participatie van lokale partijen samenbrengen om zowel natuurwaarden als landbouw en recreatie te laten gedijen. De ingezette vooruitgang — van herstellende veenmosmatten tot toegenomen soortdiversiteit — toont dat herstel mogelijk is, maar het evenwicht blijft kwetsbaar en vereist blijvende zorg en samenwerking.