Nationalistische Partij wint eerste verkiezingen in Bangladesh na val premier Hasina
In dit artikel:
De Nationalistische Partij van Bangladesh (BNP) heeft de eerste verkiezingen sinds de studentenopstand van 2024 overtuigend gewonnen, melden lokale media nu het stemmen geteld wordt. De stembusgang vond plaats nadat premier Sheikh Hasina vorig jaar het land ontvluchtte tijdens massale protesten waarbij meer dan duizend demonstranten omkwamen; Hasina werd later bij verstek ter dood veroordeeld en haar partij, de Awami League, mocht niet meedoen aan de verkiezingen.
De aanloop was turbulent: minderheden werden het doelwit van geweld en er vonden tijdens de campagne herhaaldelijk gewelddadige confrontaties plaats. Om de dag veilig te laten verlopen werden ongeveer 150.000 agenten en 100.000 militairen ingezet; lokale berichtgeving stelt dat het op de verkiezingsdag zelf grotendeels rustig bleef. De belangrijkste concurrent van de BNP was het streng-islamitische Jamaat-e-Islami, dat na jaren weer deelnam en pleit voor een sterkere rol van religie in het bestuur.
Tarique Rahman, leider van de BNP en zoon van oud-premier Khaleda Zia, wordt naar verwachting de nieuwe premier. Hij was tot voor kort in zelfgekozen ballingschap in Londen nadat hij onder Hasina was vervolgd. Interim-premier Muhammad Yunus omschreef de verkiezingen als vreedzaam en feestelijk en prees kiezers en instituties.
De uitslag wordt door veel waarnemers gezien als een belangrijke stap in het herstel van de democratie in Bangladesh, hoewel het uitsluiten van de Awami League en de voorafgaande onrust vragen oproepen over de politieke stabiliteit en inclusiviteit van het proces.