Nationale Tuinvogeltelling 2026: huismus verliest koppositie aan koolmees
In dit artikel:
Bij de 23e Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland telden dit weekend ruim 105.000 mensen in hun eigen tuin: gezamenlijk werden bijna 1,5 miljoen vogels geregistreerd. Het aantal deelnemers lag circa 30% hoger dan vorig jaar, waardoor het onderzoek dit jaar een recordbereik kreeg.
Voor het eerst sinds het begin van de tellingen staat de huismus niet meer bovenaan. Waar deze soort vorig jaar in de helft van de tuinen werd gezien, dook hij nu in slechts 43% van de tuinen op; de koolmees neemt de koppositie over. De langere-termijnafname van de huismus, die al vanaf de jaren tachtig door verstening van tuinen en verlies van geschikt groen optrad, lijkt hiermee door te zetten, maar de precieze oorzaak van de recente daling is nog onduidelijk en vraagt nader onderzoek.
Andere opvallende uitkomsten hangen samen met weersomstandigheden en trekbewegingen. Een najaarstrek veroorzaakte een invasie van pimpelmezen, zichtbaar in tuinen: zij werden in ongeveer 5% meer tuinen aangetroffen dan vorig jaar. Sneeuw en ijs – vooral in het noorden – duwden vogels naar voederplekken bij huizen, wat tot zeldzame waarnemingen leidde, zoals vijf boomleeuweriken in één tuin in Drenthe.
De kramsvogel kende een sterke toename (7.759 waarnemingen versus 868 vorig jaar), en ook de spreeuw maakte een opvallende comeback in de top-10: grotere groepsgroottes (+27%) en meer tuinen met waarnemingen (+18%). Kleine stijgingen werden verder gezien bij halsbandparkieten en merels.
Deelnemers en onderzoekers benadrukken dat de tellingen belangrijk blijven om trends te volgen en mogelijke oorzaken van soortverschillen te achterhalen. Verdere analyse is nodig om te verklaren waarom sommige soorten winnen en andere terrein verliezen.