Nationaal Crisisplan Olie van kracht, wat betekent dat?
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten heeft vandaag fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie geactiveerd vanwege brandstoftekorten en verstoringen op de oliemarkt als gevolg van de oorlog in Iran. Deze eerste fase richt zich vooral op voorbereidingen: ministeries gaan intensiever overleggen met grote brandstofgebruikers zoals transportbedrijven en de landbouw, en er komt extra toezicht op de nationale en internationale voorraden. Vooralsnog heeft dit geen directe beperkingen voor consumenten tot gevolg.
Het crisisplan, opgesteld in 2023 na eerdere energie-onzekerheid, bevat echter ook ingrijpender opties voor slechtere scenario’s. Denk aan autoloze zondagen (voor het laatst toegepast in 1974), een verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen naar 100 of zelfs 80 km/u, een verbod op dieselbezorgdiensten en stimulering van openbaar vervoer en thuiswerken. De Europese Commissie adviseert bedrijven inmiddels om minstens één vaste thuiswerkdag in te voeren. Ook staat een mogelijk exportverbod op fossiele brandstoffen en productiebeperkingen voor energie-intensieve fabrieken in de gereedschapskist; zulke ingrepen zouden kunnen gebeuren op basis van de Wet beschikbaarheid goederen uit 1952, die vorig jaar al tijdelijk is toegepast bij chipfabrikant Nexperia.
Economische commentaren geven de noodzaak van zo’n plan krediet. ING-econoom Rico Luman benadrukt dat alternatieven nodig zijn nu voorraden dalen en leveranciers wegvallen, en stelt dat snelheidsverlagingen relatief veel brandstof kunnen besparen. Econoom Mathijs Bouman wijst erop dat ambtenaren vorig jaar al een brede maatregelenlijst hebben klaargezet waar politici uit kunnen kiezen.
Het Internationaal Energieagentschap waarschuwt dat de oorlog in Iran de grootste ontwrichting van de oliemarkt ooit veroorzaakt. Ter verlichting van stijgende brandstofkosten presenteert het kabinet vandaag aanvullende steunmaatregelen, zoals een hogere onbelaste reiskostenvergoeding, kortingen op wegenbelasting voor bestelbusjes en heropening van een noodfonds voor huishoudens met betalingsproblemen. Een tijdelijke verlaging van accijnzen verschijnt waarschijnlijk niet op het menu; zulke bezuinigingen worden door sommige economen als duur en onevenwichtig beschouwd, omdat hogere inkomens relatief het meest profiteren.