Naomi Velissariou schudt het schoonheidsideaal af - maar gebruikt daarvoor datzelfde ideaal
In dit artikel:
Naomi Velissariou presenteert in Sexodus een scherp geframed onderzoek naar schoonheidsidealen, socialmediacultuur en de feministische woede die daarop volgt. De voorstelling, een coproductie van Urland, Nicole Beutler en Theater Utrecht, is geschreven door Bregje Hofstede; Jimmy Zoet verzorgt de beats. Velissariou, die naam maakte met uitgesproken performances en in 2021 de Theo d’Or won, kondigt aan dat ze nu voor het eerst haar eigen woorden spreekt en dat ze bijna veertig wordt — een leeftijdsgrens die in het stuk wordt opgevoerd als een centraal vrouwenprobleem.
Op het podium ontvouwt zich een vrij binair spektakel waarin genderrollen soms speels worden omgekeerd. De voorstelling zoomt in op het veeleisende regime van make‑up, skincare en het lichamelijke offer om aantrekkelijk te blijven voor een anonieme massa. Kostuums, fysieke ontbering en een esthetiek die rechtstreeks uit een doelloos socialmediaplatform lijkt te komen, schetsen een wereld waarin verkoop en likes de hoogste waarde zijn. Die benadering roept associaties met een cynische, marktgedreven wereldbeeld à la Houellebecq — en presenteert die wereld als de enige werkelijkheid, terwijl de recensent erop wijst dat er tal van andere levenswijzen buiten die norm bestaan.
Velissariou probeert de geïnternaliseerde schoonheidsidealen af te schudden, maar doet dat met dezelfde beeldtaal die de idealsystemen in stand houdt. Een uitgewerkte, bijna onmogelijke skincare‑routine in het stuk refereert aan actuele problemen: dermatologen signaleren dat jongeren huidklachten krijgen door het navolgen van beautytrends op TikTok en Instagram. Daardoor voelt Sexodus soms te generiek en dystopisch; de voorstelling biedt weinig persoonlijk of idiosyncratisch tegenwicht zoals vriendschap of liefde.
Het stuk eindigt in een meditieve scène waarin de protagonist tot een soort breuk en herontdekking komt — een Jungiaanse suggestie van vernieuwing rond het veertigste levensjaar. De slotgedachte is dubbel: er ligt ruimte voor persoonlijke transformatie en minder grip van de beautyindustrie, maar de voorstelling zelf worstelt met het paradoxale feit dat ze het probleem vaak in de visuele taal van datzelfde probleem uitlegt.