Nachtvlinderjaar 2025
In dit artikel:
In 2025 telde het Meetnet Nachtvlinders op een recordaantal van 1.673 meetpunten in Nederland in totaal 1.510 soorten nachtvlinders. Dat betrof 673 macronachtvlinders (363.610 exemplaren) en 837 microvlinders (150.822 exemplaren). De tellingen werden gedaan door 843 vrijwilligers, waarvan 514 ook microvlinders registreerden. De gegevens zijn verzameld en samengebracht door De Vlinderstichting en het meetnet (NEM).
Seizoensbeeld: het voorjaar bleef achter bij het gemiddelde sinds 2019, de aantallen stegen in de zomer tot en met september, maar vielen in het najaar weer terug. De gebruikelijke najaarspiek (oktober–december), vaak sterk zichtbaar in bossen waar bepaalde soorten massaal vliegen, was in 2025 vrijwel afwezig ondanks relatief hoge temperaturen en veel doorgetelde nachten. Veel algemene najaarssoorten lieten lagere aantallen zien; een opvallend voorbeeld is de kleine wintervlinder, die normaal na de eerste nachtvorst massaal verschijnt maar dit jaar veel minder talrijk was — mogelijk doordat vorst grotendeels uitbleef of te laat kwam.
Nachtvlinders kunnen het hele jaar door actief zijn zolang nachttemperaturen boven nul blijven, vooral in bosrijke gebieden. Op dit moment (eindjaar) vliegen nog enkele kleine en grote wintervlinders; daarna volgen in de bossen soorten als de kleine voorjaarsspanner en de perentak, die soms al rond kerst waargenomen worden. Tijdens milde nachten kunnen ook overwinterende imago’s te zien zijn, zoals zwartvlekwinteruil, bosbesuil, wachtervlinder en roodkopwinteruil.
Interpretatie en context: het ontbreken van de najaarspiek wijst op veranderde condities die bepaalde soorten schaden of van hun fenologie afbrengen — vermoedelijk verbonden aan zachte nachten en gebrek aan vorst. Door het grote aantal meetpunten en vrijwilligers levert het meetnet waardevolle jaarschommelingen op; blijvende monitoring is belangrijk om langetermijntrends en mogelijke effecten van klimaatverandering op nachtvlinders beter te begrijpen.