Nachtelijke rustplaatsen cruciaal voor de meervleermuis
In dit artikel:
Gps- en bewegingsonderzoek heeft voor het eerst nauwkeurig in kaart gebracht hoe meervleermuizen hun leefgebied gebruiken tijdens het vliegen en rusten. In de zomer van 2024 werden in Rotterdam, Leiderdorp en duingebied Meijendel 33 vleermuizen gevangen en gezenderd. Tien dieren leverden bruikbare gegevens op.
De zenders lieten zien dat meervleermuizen overdag vooral in gebouwen verblijven, maar ’s nachts tussen het foerageren door ongeveer een derde van de tijd inactief zijn. De helft van die rustmomenten vindt plaats op korte afstand van het jachtgebied, vaak aan bosranden, in begroeiing of in alleenstaande bomen. Bewegingssensoren maakten het mogelijk om rusten en vliegen van elkaar te onderscheiden.
De zeldzame soort jaagt vooral boven insectenrijke zoetwaterplassen en waterwegen en gebruikt rechte waterlichamen om tussen verblijfplaatsen en jachtgebieden te vliegen. Voor bescherming zijn daarom niet alleen geschikte wateren en oevers nodig, maar ook voldoende bomen en bosranden als nachtelijke rustplaatsen. Dat is belangrijk omdat de Nederlandse populatie sterk afneemt en lokaal uitsterven dreigt.
Vandaag Inside: Johan Derksen kritisch op onderhoud Nederlandse snelwegen: ‘Dit zijn toch derdewereldproblemen?!’