Na zestien jaar wankelt de macht van Viktor Orbán
In dit artikel:
Boedapest en het hele land zijn in verkiezingsmodus: voor het eerst in zestien jaar is het onzeker of Viktor Orbáns Fidesz de parlementsverkiezingen zondag wint. De stad hangt vol posters waarop onder anderen Volodymyr Zelensky en prominente EU-politici naast oppositiekandidaat Péter Magyar staan, terwijl Fidesz zich profileert als de veilige keuze en Brussel en Oekraïne als zondebokken aanwijst.
De campagne is fel en polariserend. Na een Russische aanval in januari op de Droezjbapijpleiding, die Hongarije van Russische olie afhield, beschuldigt Orbán Kyiv van traag herstel en blokkeert Hongarije een grote EU-lening voor Oekraïne. Tegelijkertijd zet Fidesz zwaar in op propaganda: volgens socioloog Gábor Tóka gaat jaarlijks een aanzienlijk deel van het bbp naar partijvriendelijke mediacampagnes en overheidscommunicatie, de publieke omroep verspreidt veel desinformatie en veel zichtbare campagnemiddelen — zoals straatposters — worden met publiek geld gefinancierd.
Péter Magyar en zijn nieuwere conservatief-populistische formatie Tisza liggen in onafhankelijke peilingen gemiddeld enkele procentpunten voor op Fidesz, genoeg om mogelijk een parlementaire meerderheid te behalen door het kiesstelsel. Tóka benadrukt echter dat een overwinning van de oppositie meteen op institutionele obstakels zal stuiten: Fidesz heeft sleutelposities bezet (zoals het Openbaar Ministerie, het Grondwettelijk Hof en een begrotingsraad) die nieuwe coalities kunnen blokkeren of strafrechtelijke stappen tegen oud-machten kunnen voorkomen. Zonder tweederdemeerderheid blijven veel machtsmiddelen onveranderd.
De RD-redactie ondervond de terughoudendheid en angst in het politieke veld: Fidesz reageerde niet op verzoeken, Tisza gaf alleen beperkte achtergrondinformatie en instellingen als het aan Fidesz gelieerde Mathias Corvinus Collegium en de christelijke denktank Axioma Center bleven afzijdig of zegden interviews af. Die voorzichtigheid wordt verklaard als gevolg van een klimaat waarin onafhankelijke media en civiele instellingen onder druk staan.
Magyar zelf profileert zich als een seculiere, middenklassige politicus met een gemengd profiel: liberaal bij burgerrechten, sociaal betrokken bij zorg en pensioenen, maar behoudend op belastinggebied en streng over migratie en grensbeveiliging. Over Oekraïne houdt hij zich terug: hij zal de kandidaatstelling van Oekraïne voor de EU niet blokkeren, maar ook geen versnelde toetreding of wapenleveranties steunen; humanitaire hulp wel. Fidesz waarschuwt dat Tisza van koers zal veranderen eenmaal in de regering, maar dat lijkt volgens Tóka een politieke mythe.
Tóka plaatst ook de Russische rol in de campagne: Rusland zou via digitale campagnes en desinformatie Orbán steunen en anti-Oekraïense sentimenten aanwakkeren, iets dat door incidenten en spionageactiviteiten verder wordt aangewakkerd. Uiteindelijk zijn de verkiezingen volgens hem betekenisvol maar geen allesbeslissend moment waarbij meteen alles verandert — zelfs bij een oppositiewinst blijven juridische en bestuurlijke barrières, politieke retoriek en institutionele machtsstructuren bepalend voor hoe snel en ingrijpend hervormingen kunnen plaatsvinden. Dit artikel is deel 1 van een tweeluik over de Hongaarse verkiezingen.