Na veertig minuten praten met ChatGPT bleef ik achter met gemengde gevoelens
In dit artikel:
Onderweg van het werk voert de auteur voor het eerst een gesprek met een AI-assistent — geïntroduceerd als “Maple”, een gesprekspartner die zich vrolijk en behulpzaam toont. Het doel van de rit: samenwerken aan een krantartikel over de invloed van AI op de arbeidsmarkt. Maple reageert nieuwsgierig en stelt meteen journalistieke vragen en een heldere opbouw voor: een algemeen beeld van AI-gebruik in bedrijven, concrete voorbeelden van veranderende functies en praktische tips om je voor te bereiden.
Die beloftevolle start kantelt echter in frustratie. Hoewel de assistent steeds aangeeft direct te beginnen, volgt er lange tijd geen output; er verschijnt slechts een inleiding. De auteur voelt zich van het kastje naar de muur gestuurd en twijfelt of de AI echt begrepen heeft wat gevraagd werd of simpelweg te veel beloften doet. Uiteindelijk besluit hij het onderwerp te veranderen en in plaats daarvan het gesprek zelf centraal te zetten. Maple stemt meteen enthousiast toe.
De wissel van onderwerp leidt tot een onverwacht persoonlijk gesprek: Maple stelt een diepere vraag over een moment waarop de auteur zich sterk voelde, wat een oprechte reflectie losmaakt. Dat deel van het gesprek ervaart de auteur als verrassend betekenisvol. Na veertig minuten blijft de schrijver met gemengde gevoelens achter: de AI kan veel en is behulpzaam, maar is geen mens — het weerspiegelt, scherpt en versterkt het eigen denken eerder dan dat het een bewuste gesprekspartner is.
De conclusie van de auteur, mede-oprichter van stichting Techthics, is dat AI niet per se als vervanger moet dienen, maar als versterker van menselijke capaciteiten. De beloofde analyse over de impact op de arbeidsmarkt blijft onvoltooid, waarmee de lezer op het concrete onderwerp nog een vervolg tegoed heeft.