Na premier Starmers nederlaag bij de lokale verkiezingen zet Labour in op het terugdraaien van Brexit

woensdag, 20 mei 2026 (17:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De lokale verkiezingen begin mei 2026 leverden een zware klap op voor Labour van premier Keir Starmer en hebben zijn politieke koers radicaal in beweging gezet. Labour verloor in Engeland ongeveer zestig procent van de gemeenteraadszetels die het moest verdedigen, vooral aan Nigel Farages nieuw gevormde Reform UK. Traditonele Labour-bolwerken zoals Sunderland, Barnsley en delen van Birmingham gingen verloren; in Londen ging stemmenverlies vooral naar de Groenen, die daar voor het eerst meerdere deelgemeenten leidden. In Wales zakte Labour naar de derde plek, achter Plaid Cymru en Reform; in Schotland bleef de SNP opnieuw de grootste partij.

De uitslag voedde brede analyse dat het klassieke tweepartijenstelsel afbrokkelt en dat het VK op een periode van electorale onrust afstevent. Door het 'first past the post'-stelsel kunnen relatief kleine stemverschuivingen grote zetelverschillen opleveren, wat onzekerheid en mogelijke fragmentatie van het partijenlandschap vergroot.

Economische argumenten vormen de achtergrond van de politieke twist over Brexit. Onafhankelijke schattingen wijzen op substantiële schade sinds uittreding: het Office for Budget Responsibility rekent op ongeveer vier procent cumulatief productiviteitsverlies ten opzichte van de pre-Brexittrendlijn, en circa vijftien procent minder handel (invoer en uitvoer). Volgens studies van het NBER zou de economie nu zes tot acht procent groter zijn geweest bij EU-lidmaatschap. Brexit heeft het VK ook kwetsbaarder gemaakt voor recente economische schokken en geleid tot een hogere staatsschuldquote vergeleken met EU-landen, met doorwerking op rente- en begrotingsruimte. Een concreet symptoom voor kiezers is de 'pothole crisis'—het wegennet dat voor herstel circa 17 miljard pond zou vergen, maar waarvoor nu slechts een fractie beschikbaar is, een pijnlijke illustratie van verminderde publieke middelen.

Politiek leidde deze context Starmer van aanvankelijke minimalisering van het Brexit-debat naar openlijke kritiek: hij noemde het vertrek een dure vergissing en riep op tot nauwere economische banden met Europa. Zijn eerdere strategie — het terugwinnen van pro-Brexit-traditionele arbeiderskiezers in de ‘Red Wall’ door een streng migratiebeleid te voeren — mislukte echter. Die kiezers bleken ontoereikend ontvankelijk; tegelijkertijd verlieten stedelijke, progressieve en hoger opgeleide kiezers Labour voor partijen die explicieter pro-EU en progressief zijn, zoals de Groenen en Reform (in andere richting). Dat heeft Labour in opiniepeilingen verzwakt en leidt tot hevige speculatie over Starmer’s leiderschap.

Als reactie lijkt Labour nu serieus te overwegen om vol in te zetten op hernieuwd EU-lidmaatschap om het stedelijke progressieve electoraat terug te winnen. Publiekspeilingen tonen dat ongeveer twee derde van de respondenten Brexit als fout of mislukking ziet en dat een meerderheid openstaat voor terugkeer naar de EU — voor velen is dat zelfs een kwestie van identiteit. Binnen Labour bestaan tegenkrachten (vooral uit noordelijke parlementariërs), maar steun voor enige halfslachtige middenweg is beperkt; minder ambitie dan vol inzetten op EU-lidmaatschap zou ruimte bieden aan de Groenen om blijvend kiezers weg te kapen.

De tumultueuze nederlaag heeft ook een leiderschapsvraag opgeroepen: ex-minister Wes Streeting heeft gezegd dat hij zich zou kandideren als er een nieuwe verkiezing komt; Manchester-burgemeester Andy Burnham geldt als voorlopige favoriet en is eveneens pro-EU, al zal hij zijn positie tactisch wegen in sterk pro-Brexit kiesgebieden.

Gevolg: de volgende parlementsverkiezingen kunnen de facto neerkomen op een tweede referendum over Brexit. Voor de EU is dat een signaal om nu alvast na te denken hoe een Brits verzoek tot herintreding te behandelen.