Na meer dan 70 kilometer in de aanval: niet Pogacar, maar wel Julian Alaphilippe wint de GP Québec
In dit artikel:
Julian Alaphilippe (Tudor) heeft de GP Québec op zijn naam geschreven na een lange vlucht van ruim 70 kilometer. De Franse ex‑wereldkampioen loste in de slotfase op de Côte de la Montagne zijn laatste metgezellen Alberto Bettiol en Ilnur Zakarin‑Sivakov en hield hun nadering in de laatste hectometers af.
De race in Canada, verreden op een vrijdagavond, kenmerkte zich door vroege en herhaalde ontsnappingen. Tadej Pogacar verscheen voor het eerst sinds de Tour aan de start en wilde de koers hard maken; hij gaf Tim Wellens de opdracht het vuur aan de lont te steken op de scherprechtersklim. Wellens slaagde er niet in weg te blijven, maar ploegmaat Nils Politt wel, samen met onder meer Xandro Meurisse en uiteindelijk ook Alaphilippe.
Visma‑Lease a Bike (met Wout van Aert) miste meerdere sleutelmomenten en moest veel werk doen om de gaten te dichten. Pogacar probeerde in de voorlaatste ronde nog eens te forceren en kreeg steun van McNulty, maar door onvoldoende hulp uit het peloton lukte het hem niet om definitief naar de kopgroep te springen. Hij finishte uiteindelijk in de achtervolgende groep met onder anderen McNulty, Girmay en Powless.
De kopgroep wisselde voortdurend van samenstelling: namen als Bettiol, Charmig, Quinten Hermans, Mohoric (die solo een brug maakte), Skjelmose, Politt, Shmidt en Tronchon bepaalden de strijd vooraan. Uiteindelijk was het Alaphilippe die op de slotklim beslissend versnelde en zijn aanval solo afrondde.
Belangrijke context: de GP Québec maakt deel uit van de Noord‑Amerikaanse klassiekers en trekt dit jaar extra aandacht door de terugkeer van Pogacar. Toch toonde de wedstrijd dat teamtactiek en timing cruciaal waren: wie de juiste aanval miste, moest het labeur doen in de achtervolging — en dat besliste mede wie er uiteindelijk op het podium kwam.