Inflatie stijgt: brandstofprijzen flink omhoog
In dit artikel:
Politici en centrale bankiers keken gespannen naar het inflatiecijfer van maart, dat door externe geopolitieke gebeurtenissen omhoog werd geduwd. In maart voerden Israël en de Verenigde Staten aanvallen op Iran uit; Iran reageerde onder meer met het blokkeren van de Straat van Hormuz en met aanvallen op raffinaderijen. Dat zorgde wereldwijd voor een sterke stijging van de olieprijs en hogere brandstofkosten, iets wat in Nederland zichtbaar is aan de pomp en terug te zien is in de cijfers van het CBS.
Volgens die eerste raming lagen energieprijzen (inclusief brandstoffen) in maart 6,5 procent hoger dan in februari; in februari waren ze nog nagenoeg gelijk ten opzichte van een jaar eerder. Voedsel werd ook duurder: de voedselprijzen stegen met ongeveer 2 procent (tegen 1,4 procent in februari). Over het algemeen duurt het enige tijd voordat hogere brandstofkosten breed in de economie doordringen, maar de eerste effecten zijn al merkbaar.
Andere sectoren lieten kleinere veranderingen zien: diensten werden 3,8 procent duurder (iets minder dan de 4,2 procent in februari) en industriële goederen stegen 0,4 procent, gelijk aan februari. Het cijfer van maart is voorlopig; het definitieve inflatiecijfer verschijnt op 9 april.
De opleving van de inflatie kan de politieke discussie over steun aan huishoudens aanwakkeren. Het kabinet, met in de berichtgeving minister Jetten op de voorgrond, wil nog niet ingrijpen ondanks debatten in de Tweede Kamer over maatregelen zoals lagere accijnzen of een maximumprijs aan de pomp. Een noodfonds voor mensen die hun energierekening niet kunnen betalen is wel toegezegd voor het najaar. Economen en energie-experts waarschuwen echter dat directe compensatie van brandstofkosten duur is en vinden dat middelen beter inzetten op elektrische auto's en het verduurzamen van woningen.