Na Labours nederlaag bij de lokale verkiezingen zet premier Starmer in op het terugdraaien van Brexit

maandag, 18 mei 2026 (18:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Begin mei 2026 leed de Britse Labour Party onder premier Keir Starmer een zware nederlaag bij de lokale verkiezingen: in Engeland verloor Labour zestig procent van de te verdedigen gemeenteraadszetels, veelal aan Nigel Farage’s nieuwe Reform UK, en ook in traditionele bolwerken zoals Sunderland, Barnsley en Birmingham verdween de macht. In Londen boekten de Groenen doorbrekende successen; in Wales eindigde Labour als derde partij en in Schotland bleef de SNP voor de vijfde keer op rij de grootste. Ook de Conservatieven gingen achteruit, waarna Britse media spraken over het verval van het klassieke tweepartijenstelsel en grotere electorale onvoorspelbaarheid.

De uitslag zette Starmers positie onder druk. Om uitlekken van leiderschapsspeculatie te beteugelen hield hij een strijdbare toespraak en schoof hij zijn koers richting Europa nadrukkelijk naar voren. Waar hij bij zijn aantreden het Brexit-debat nog als afgesloten bestempelde, noemde hij het vertrek uit de EU later een dure fout en sprak hij over de noodzaak van nauwere economische banden met het continent. Die koerswijziging is deels principieel — onder economische analyses liggen duidelijke verliezen: het Office for Budget Responsibility rekent een productiviteitsachterstand van rond vier procent en een handelsverlies van ongeveer vijftien procent ten opzichte van de pre-Brexit-trend; het NBER schat dat de Britse economie nu zes tot acht procent groter zou zijn geweest als het VK lid was gebleven.

Brexit vergrootte bovendien de kwetsbaarheid van de Britse economie voor schokken, zo betoogt het artikel: het land kon niet terugvallen op collectieve EU-solidariteit en zag de staatsschuld oplopen, waardoor rentelasten en begrotingsruimte zijn toegenomen. Dat vertaalt zich politiek zichtbaar in onderinvestering, bijvoorbeeld het beruchte gat in de begroting voor wegreparaties (de ‘pothole crisis’), wat het publiek spreekt van concrete armoedegevolgen van Brexit.

Politiek was Starmer aanvankelijk gericht op het terugwinnen van het voormalige Labour-lege­rwerk — de Red Wall-kiezers in midden- en Noord-Engeland die in 2016 voor Brexit kozen en sindsdien richting Ukip en de Conservatieven trokken. Zijn strategie: een strenger immigratiebeleid en het behouden van steun van pro-Brexit kiezers. Dat mislukte echter: de Red Wall-stemmers gaven weinig respons, terwijl stedelijke, hogeropgeleide progressieve kiezers wegliepen naar partijen die expliciet pro-EU en progressief zijn, vooral Reform en de Groenen onder Zack Polanski, die pleiten voor hernieuwd lidmaatschap inclusief vrij verkeer.

Die electorale dynamiek verklaart waarom Labour nu offensief inzet op hernieuwde toetreding tot de EU: het is het meest polariserende onderwerp en mobiliseert de pro-Europese kiezers die het verloor. Peilingen tonen dat ongeveer twee derde van de bevolking Brexit als vergissing ziet en dat een meerderheid openstaat voor terugkeer in de EU, wat van herintreding niet alleen een beleidsthema maar ook een identiteitskwestie maakt.

Binnen Labour bestaat echter verdeeldheid: een groep noordelijke MPs wil Brexit laten rusten, maar veel partijfiguren zien weinig toekomst in het blijven omarmen van een middenweg. Ondertussen rommelt het voor het leiderschap: voormalig minister Wes Streeting heeft zich als kandidaat gepositioneerd en de Manchester-burgemeester Andy Burnham geldt als favoriet en EU-voorstander, al kan hij zijn pro-EU-standpunt tijdelijk terugschakelen om electoraal terrein te winnen.

Kortom: Labour ziet hernieuwd EU-lidmaatschap als mogelijke reddingsboei, maar de strategie is risicovol en intern betwist. De volgende parlementsverkiezingen kunnen daardoor fungeren als een indirect tweede referendum over Brexit — reden voor de EU om nu al na te denken hoe een Brits herintredingsverzoek zou moeten worden behandeld.