Na jaren van crisis is het lachen de Cubaanse familie Robles vergaan
In dit artikel:
De familie Robles runt vanuit de huiskamer een kleine cafetaria — typisch voor de groeiende groep zelfstandige ondernemers op Cuba, de zogenoemde cuentapropistas. Hun zaakje heeft een houten prijslijst bij de deur, een glazen vitrine die de ingang blokkeert en een thermosfles met mierzoete sterke koffie; een kopje kost zo’n vijf eurocent. Broodjes, vruchtensappen en sigaretten vullen het sobere menu.
De schrijver bezocht de familie meerdere keren sinds 2016 en keerde terug in 2022, 2024 en opnieuw in 2026. Tijdens het laatste bezoek, op 6 februari 2026 — een dag na de aankondiging van noodmaatregelen vanwege een aanhoudend olieprobleem — tekent zich een nieuwe, scherpere onzekerheid af. Cuba zit al twee maanden zonder reguliere olietoevoer: bussen rijden niet meer en particuliere vervoerders hebben hun tarieven verdubbeld. Neef Arisbel werkt inmiddels in een particuliere winkel en geeft een derde van zijn dagloon (ongeveer vijf euro) uit aan een gedeelde taxi die hem van en naar de andere kant van de stad brengt; zijn werkdagen duren van vroeg in de ochtend tot laat in de avond. “No es fácil,” zegt hij — “het is niet makkelijk.”
Voor de Robles en duizenden soortgelijke gezinnen, die hun inkomsten in peso’s verdienen, leidt de uitputting van brandstofvoorraad direct tot praktische problemen: bevoorrading van de cafetaria dreigt te stokken en voedsel kan binnen korte tijd onbereikbare prijzen krijgen. Waar eerder nog ruimte was voor humor, heeft de aanhoudende crisis sinds 2019 hun lach doen vervagen. De situatie illustreert hoe macro-economische schokken en een oliecrisis het bestaan van kleinschalige ondernemers en hun huishoudens in Cuba vrijwel onmiddellijk onder druk zetten.