Na jaren een gewone Apple Watch te dragen, testte ik de Ultra 4 en vooral één verschil valt op (review)
In dit artikel:
WANT-hoofdredacteur Jeroen Kraak testte de Apple Watch Ultra 4 twee weken en vergeleek die met de reguliere Apple Watch Series 12, die hij normaal gebruikt. Het ontwerp is nauwelijks veranderd sinds de eerste Ultra, maar de titanium behuizing maakt het horloge stevig. Het 49mm-model zit volgens Kraak comfortabel, ook bij smalle polsen, en het scherm van maximaal 3.000 nits blijft zelfs in fel zonlicht goed afleesbaar.
De belangrijkste verbeteringen zitten aan de binnenkant. De nieuwe S11-chip maakt de Watch sneller en energiezuiniger. Vernieuwde sensoren meten onder meer vaker de hartslag en brengen de hartslagvariabiliteit in kaart, wat inzicht kan geven in herstel en conditie. Ook de gps en hartslagmeting blijken tijdens hardlopen en wielrennen nauwkeuriger dan bij de gewone Apple Watch. Voor navigatie is dat eveneens een voordeel. De metingen komen volgens Kraak tijdens trainingen dicht in de buurt van die van een borstband, al zijn ze niet altijd even precies.
De Ultra 4 houdt bij normaal gebruik tot 50 uur stand, tegenover 42 uur voor zijn voorganger. Bij gps-workouts is dat maximaal 25 uur en in een speciale energiebesparende modus 45 uur. De Series 12 haalt in vergelijkbare omstandigheden aanzienlijk minder lang. Daardoor is de Ultra vooral geschikt voor meerdaagse wandelingen, lange trainingen en vakanties. Een kwartier opladen levert bovendien tot 18 uur extra gebruik op.
Voor alledaagse functies zoals meldingen, betalen en de samenwerking met andere Apple-apparaten biedt de Ultra weinig meerwaarde boven de Series 12. Het horloge kost 899 euro en Siri AI werkt in Nederland nog niet. Kraak raadt de Ultra 4 daarom vooral aan actieve buitensporters aan die de betere sensoren en langere batterijduur daadwerkelijk benutten.
Vandaag Inside: Johan Derksen hekelt half miljard voor bescherming tropische bossen: 'Weggegooid geld!'