Na honderd dagen heeft migratiepact nog opstartproblemen: „Lidstaten moeten elkaar helpen, niet naar de rechter wijzen"
In dit artikel:
Honderd dagen na de invoering van het Europese migratiepact is nog niet duidelijk of de nieuwe regels de asielinstroom daadwerkelijk verminderen. In Nederland daalde het aantal asielzoekers en nareizigers van ruim 3300 in juni naar ongeveer 2900 in augustus. Ook het wekelijkse aantal aankomsten lag begin september 2026 lager dan een jaar eerder. Volgens deskundigen past die daling echter in een bredere trend die al vóór het pact was ingezet. In 2025 nam het aantal Nederlandse asielaanvragen met een kwart af en in de eerste helft van 2026 bereikte de EU-instroom het laagste niveau in vijf jaar.
Migratierechtjuristen waarschuwen dat lidstaten nog kampen met opstartproblemen. Vooral landen aan de buitengrens moeten nieuwe grensprocedures en opvangvoorzieningen opbouwen. Een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag illustreert het verschil tussen Europese regels en de praktijk: Nederland mag een Russische asielzoeker voorlopig niet naar Italië terugsturen, omdat onvoldoende is aangetoond dat daar menswaardige opvang beschikbaar is. Minister Bart van den Brink gaat tegen die uitspraak in beroep.
Politieke partijen verwijten de rechter dat het migratiebeleid wordt belemmerd, maar deskundigen noemen de uitspraak juridisch goed onderbouwd. Het probleem ligt volgens hen bij lidstaten die hun verplichtingen onvoldoende uitvoeren, niet bij de rechter. Italië doet volgens experts inspanningen, maar voldoet nog niet aan de minimale opvangnormen. Een definitief oordeel over het pact is na honderd dagen daarom te vroeg. De werking moet later worden beoordeeld aan de hand van drie criteria: snelle procedures aan de buitengrenzen, zorgvuldige besluitvorming en vooral effectieve terugkeer van afgewezen asielzoekers.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie