Na een week Songfestival is het wel duidelijk: niemand is onder de indruk van de Nederlandse boycot
In dit artikel:
Stefan Raatgever beschrijft hoe de Nederlandse boycot van het Eurovisiesongfestival in Wenen nauwelijks invloed bleek te hebben op het evenement zelf. Ondanks dat EBU-directeur Martin Green plechtig zei Nederland te missen, ging het festival ongestoord verder: shows trokken recordpubliek (meer dan twee keer zoveel bezoekers vergeleken met 2015), de Euroclub was feestelijk en artiesten kregen meestal warme ontvangst. Buitenlandse reacties varieerden van teleurstelling tot schouderophalen; het ontbreken van Nederland (en vier andere landen) veranderde de sfeer internationaal nauwelijks.
Thuis leverde Avrotros’ beslissing wel politieke steun op en een duidelijk meetbaar effect: de kijkcijfers halveerden, wat wijst op verminderde interesse onder Nederlandse kijkers. De EBU zegt bereid te zijn alles te doen om de vijf afwezige landen terug te krijgen, maar heeft weinig concrete concessies te bieden rondom de kwestie Israël; veel delegaties vinden juist dat de boycot het festival heeft gepolitiseerd. Israëlische deelnemer Noam Bettan ondervond weinig protesten, en tenzij er grootschalige fraude wordt bewezen is terugkeer in 2027 waarschijnlijk.
Raatgever concludeert dat de situatie weinig veranderd is ten opzichte van vorig jaar: de vraag wat nu moet blijft dezelfde. De kern van het probleem ligt vooral in Nederland: deelname zou door een andere omroep kunnen worden overgenomen (NOS deed de verslaggeving prima en Omroep MAX heeft informeel interesse), waardoor het conflict vooral intern speelt in plaats van bij de EBU. Kortom: het festival zelf draaide onverminderd door, maar de politieke en publieksmatige nasleep blijft voornamelijk een Nederlands vraagstuk.