Na een korte tijd in Ceuta besluiten veel migranten weer terug te keren
In dit artikel:
Ongeveer 60.000 migranten kwamen deze week via zee aan in de Spaanse exclave Ceuta, waarna de stad en de Spaanse regering de situatie als uitzonderlijk en gevaarlijk bestempelden. Premier Pedro Sánchez sprak van een aanval op de Spaanse territoriale integriteit en zei dat Madrid alle middelen inzet om de orde te herstellen. Spanje en Marokko hebben de grensbewaking inmiddels aangescherpt, terwijl hulporganisaties waarschuwen voor een humanitaire noodsituatie: zeker 43 mensen kwamen om het leven en mogelijk zijn er meer slachtoffers. De massale oversteek leidde tot felle politieke reacties in Europa. Onder meer de Italiaanse premier Giorgia Meloni, en later ook politici in Finland, Denemarken, Frankrijk en Duitsland, gebruikten de crisis om te pleiten voor strenger migratie- en grensbeleid. Binnen Spanje ligt Sánchez eveneens onder vuur, vooral vanwege de regularisatiewet voor ongedocumenteerde migranten. Volgens de regering zijn intussen al 48.300 mensen vrijwillig teruggekeerd naar Marokko. Voor wie in Ceuta blijft, is doorreizen naar het Schengengebied niet vanzelfsprekend: alleen wie aan de voorwaarden voldoet, kan verder reizen of asiel aanvragen.
De Oranjezomer: Rutger Castricum ziet Michael Reiziger niet zitten als bondscoach: 'Dan stop ik met kijken!'