Na een ellendige jeugd debuteert Jacky Kuiper uit Groningen als schrijver. 'Het was alles of niets'

donderdag, 26 februari 2026 (12:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Jacky Kuiper (1988) groeide op in een verstoord gezin in Lelystad, studeerde journalistiek in Zwolle, woonde kort in Amsterdam en vestigde zich uiteindelijk in Groningen, waar ze haar rauwe debuutroman Feniks schreef. Het verhaal volgt Eva, een jonge vrouw die terugkijkt op een jeugd vol angst, onveiligheid en tegenstrijdige loyaliteit—thematiek die deels uit Kuipers eigen leven is geput: haar vader zat in de drugscriminaliteit en bepaalde lange tijd de sfeer thuis.

Pas op kamers besefte Kuiper hoeveel haar jeugd afweek van wat normaal is geweest; ook daarna bleef haar vader invloed uitoefenen, bijvoorbeeld door haar met deurwaarders te confronteren toen ze als student meerdere baantjes deed. Het keerpunt kwam toen ze samenwoonde en zwanger raakte; haar partner zette grenzen zodat ze het contact kon verbreken. Haar moeder volgde later, nadat Kuiper haar uitnodigde te blijven toen de vader zich weer gedragen had onder invloed. Toch blijft loyaliteit een pijnpunt: Kuiper zegt nog wekelijks te piekeren over hoe het met hem gaat, en weet alleen dat hij is overgeplaatst naar een andere gevangenis.

Feniks ontstond over ongeveer tien jaar. Kuiper begon met een korte pitch van honderd woorden, vond een uitgever en volgde een schrijfopleiding. Het oorspronkelijke werktitel veranderde in Feniks omdat het boek draait om herrijzen en opnieuw beginnen. De schrijffase was intens: meerdere vroege versies werden verwijderd, uiteindelijk werden van een eerste 60.000 woorden zo’n 20.000 geschrapt. Ze wilde geen middenweg maar ‘sterke thee’—intensie boven middelmaat. De roman verweeft fictie en realiteit: hoofdpersoon Eva is een mix van Kuiper en haar broertjes en zusje; sommige scènes zijn letterlijk gebeurd (zoals gebruikt worden als afleiding bij een transactie), andere zijn denkbaar maar fictief (zoals automutilatie of verwaarlozing van een kind).

Kuiper combineerde het schrijfproces met het opvoeden van drie jonge kinderen (een bijna zevenjarige en een vierjarige tweeling) en draagt hun initialen en bemoedigende teksten als persoonlijke markeringen. Ook de coverkeuze was bewust: een punkachtige, directe sfeer die past bij toon en thema van het boek. Feniks is daarmee een persoonlijk, hardop verteld verhaal over trauma, afscheid en de moeizame weg naar nieuw begin.