Na Duitse rel volgt ook in Nederland fel debat over draagmoederschap, met het CDA in de hoofdrol
In dit artikel:
De ophef rond de Duitse CDU-politicus Jens Spahn laat zien hoe gevoelig draagmoederschap blijft binnen christendemocratische kringen, ook in Nederland. Spahn, tot zaterdag fractievoorzitter van CDU/CSU, kreeg met zijn echtgenoot een kind via een Amerikaanse draagmoeder, terwijl hij als minister van Volksgezondheid juist tegen legalisering van draagmoederschap was. Critici noemen hem daarom hypocriet; zelf zegt hij dat zijn privésituatie en zijn publieke rol te ver uit elkaar zijn komen te liggen.
De Duitse rel werkt door naar Nederland, waar de coalitie van D66, VVD en CDA werkt aan een regeling voor niet-commercieel draagmoederschap. Een wetsvoorstel staat voor half oktober op de Kameragenda. Dat voorstel moet onder meer regelen dat wensouders al vóór de zwangerschap via de rechter kunnen laten vastleggen dat zij vanaf de geboorte juridisch de ouders zijn.
Binnen het CDA lopen de meningen sterk uiteen. Voorstanders benadrukken het belang van het kind en willen bestaande praktijk beter normeren; tegenstanders vragen zich juist af of het verantwoord is om een kind door een kinderwens zijn biologische ouders te onthouden. Ook SGP en ChristenUnie verzetten zich fel tegen wettelijke regeling en waarschuwen voor misstanden en een nieuwe scheiding tussen moeder en kind. CDA-leider Henri Bontenbal houdt vast aan regulering van wat in de praktijk al gebeurt, maar ziet dat het debat moreel en politiek uiterst beladen blijft.
De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'