Na de scheiding kreeg ze bij rechtbank en hof niets van de €22.000 die haar vader schonk, maar de Hoge Raad stuurt de zaak naar Amsterdam
In dit artikel:
Een vrouw die na haar scheiding €22.000 van haar ex-man terugvordert, heeft opnieuw kans op een vergoeding van €11.000. Haar vader schonk haar in 2007 dat bedrag, waarna het op de gezamenlijke rekening van het echtpaar werd gestort. Enkele maanden later betaalde de man daarmee volgens haar aandelen in zijn eigen holding.
De echtgenoten waren getrouwd op huwelijkse voorwaarden, zonder gemeenschap van goederen. Wel moesten zij hun overgespaarde inkomen jaarlijks samenvoegen en delen. Op grond van artikel 1:87 van het Burgerlijk Wetboek moet een echtgenoot geld vergoeden dat van de ander is gebruikt voor een privébezitting.
De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag wezen haar verzoek af. Volgens het hof was niet vast te stellen dat juist het geschonken geld voor de aandelen was gebruikt, omdat het vijf maanden lang was vermengd met andere inkomsten en uitgaven op de gezamenlijke rekening. De vrouw stelde daarnaast dat de aandelen dan in elk geval voor de helft met haar geld waren betaald. Het hof had dat argument niet behandeld.
Daarom vernietigde de Hoge Raad op 16 oktober de uitspraak en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam. Dat moet beoordelen welke afspraken voor het saldo op de gezamenlijke rekening golden en of de vrouw recht heeft op €11.000. De Hoge Raad liet wel het oordeel in stand dat de huwelijkse voorwaarden niet terzijde hoeven te worden geschoven: het was volgens de eerdere rechter vrijwel uitgesloten dat het paar de inhoud daarvan niet kende.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'