Na de junta de jihadisten: wat staat Mali te wachten?

zondag, 3 mei 2026 (11:20) - Trouw

In dit artikel:

Op 25 april lanceerden aan Al-Qaida gelinkte jihadisten van Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM) samen met Toeareg-rebellen van het Azawad Liberation Front (FLA) grootschalige aanvallen door heel Mali. Militaire posten in meerdere steden werden aangevallen, de noordelijke stad Kidal viel terug in rebellenhanden en de Malinese minister van Defensie kwam om door een autobom. Sindsdien blijven gevechten aanhouden: wegen naar de hoofdstad Bamako zijn geblokkeerd en de strijders veroverden ook Tessalit in het noorden.

De samenspraak tussen JNIM en de Toeareg is opvallend omdat beide groepen tot nu toe verschillend opereerden; de samenwerking lijkt pragmatisch gericht op meer slagkracht en het bereiken van een gedeeld doel: het regime van junta-leider Assimi Goïta ondermijnen. De aanvalssuccessen vormen een gevoelige nederlaag voor Goïta, die zich na de staatsgreep van 2021 had voorgenomen de veiligheid te herstellen in een land dat al sinds 2012 in burgeroorlog verkeert. Grote delen van het noorden en midden staan onder invloed van JNIM, terwijl de Sahel-tak van IS (ISSP) terrein heeft in het noordoosten en Toeareg-separatisten al langer autonomie nastreven voor Azawad.

De ontwikkelingen zijn ook een blamage voor de Russische huurlingen van de Wagnergroep (nu Afrika Korps), die sinds 2021 zijn ingezet om de Malinese strijdkrachten te ondersteunen nadat Franse en VN-troepen waren vertrokken. Russische troepen hebben eerder Kidal heroverd, maar uit videobeelden blijkt dat ze de stad onlangs in konvooi verlieten; volgens experts hebben rebellen en huurlingen mogelijk afspraken gemaakt om de betrekkingen open te houden. Rusland betaalt Mali naar verluidt zo’n 10 miljoen euro per maand en krijgt toegang tot goudmijnen.

Hoewel JNIM en FLA nu samenwerken, blijven er wezenlijke ideologische verschillen: JNIM streeft naar een door jihadisten bestuurde islamitische orde, terwijl de FLA seculier is en autonomie voor het noorden nastreeft. Analisten twijfelen of de groepennu daadwerkelijk bestuurlijke macht in Bamako kunnen of willen vestigen; de regionale consensus wijst er volgens sommige experts op dat JNIM geen brede legitimiteit heeft.

Mali-expert Mirjam de Bruijn waarschuwt dat het cruciale vraagstuk niet is of de junta zal vallen, maar wat er volgt als dat gebeurt: risico’s variëren van een machtsvacuüm tot een machtsstrijd tussen JNIM en IS of zelfs een grotere samenwerking die zou kunnen leiden tot een kalifaat-achtig bestuur. Ook sociaal-economische factoren spelen mee: armoede en werkloosheid maken jongeren vatbaar voor rekrutering. Als JNIM sterker wordt, vormt dat een directe bedreiging voor de hele regio — van Niger en Burkina Faso tot Benin en Ghana.