Na de ijzeltijd reden de treinen weer, in Amsterdam was het zonovergoten | column Jean Pierre Rawie

donderdag, 12 februari 2026 (16:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Korte maar hevige vorst hield onlangs het noorden van Nederland in zijn greep, terwijl het zuiden ongekend zacht was — een verschil dat de schrijver niet nieuw vindt. Hij roept de winter van ’78/’79 in herinnering, toen Groningen wekenlang door metersneeuw werd geïsoleerd en sommige dorpen onbereikbaar raakten; destijds draaide de regionale omroep (Radio-Omroep Noord en Oost onder Joris Stam) 24 uur per dag om mensen te informeren, ondanks dat een aanvankelijk onverstandig advies over een aansteker bij een bevroren benzinedop later werd teruggetrokken na incidenten.

De auteur plaatst die ervaring naast zijn eigen recente belevenissen: door de gladheid durfde hij alleen kort naar de buren om de krant te bezorgen en raakte vervolgens in paniek bij de terugweg. Een voorbijganger met stevige schoenen gaf hem steun en verraste hem door te zeggen dat hij altijd had genoten van zijn gedichten — een onverwachte beloning van het kunstenaarschap. Eerder had de schrijver zich al verbaasd over hoe moderne diensten bij enkele centimeters sneeuw snel in gebreke blijven, in contrast met vroeger toen treinen ook in barre tijden zouden vertrekken; die vergelijking riep bij hem ironische zorgvuldigheid op.

Toen de ergste vorst eenmaal voorbij was en treinen weer reden, reisde hij naar Amsterdam voor een literaire bijeenkomst, waar het opeens lenteschoon en ruim tien graden was. Bij het verlaten van een restaurant struikelde hij vervolgens over een oneffen trottoir en viel hard: gekneusde knie, verstuikte pols en schaafwonden in het gezicht, gelukkig zonder breuken. Het slot van de column zet de ironie in de verf — na het overleven van ijzel en winterkou begeeft hij zich uiteindelijk op zonnig straatwerk en maakt een pijnlijke smak.