Na de dood laten mensen al snel zo'n zestig kuub spullen achter. Wat gebeurt daar mee? 'Het is een realitycheck als je bij een hoarder komt'

vrijdag, 2 januari 2026 (00:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

„Dit is haar leven geweest”, zegt Sven Dias Santilhano terwijl hij door de lichte flat in Alkmaar loopt vol houten Lundia-kasten en een zorgvuldig opgebouwde collectie Scandinavisch servies. De eigenaresse, een vrouw van in de tachtig die onlangs een zelfgekozen levenseinde tegemoet ging, liet ongeveer 1.300 serviesstukken en een compleet ingerichte woning achter – alles tot in detail voorbereid, inclusief een kist die tijdens haar leven als boekenkast diende. Dias Santilhano, eigenaar van Boedelservice en al ruim twintig jaar betrokken bij de vrouw, kreeg opdracht de inboedel af te handelen.

Boedelservice ontstond begin jaren 2000 als antwoord op het afnemende rendement van veilinghuizen. Waar men vroeger erfstukken via familie of veilingen kwijt kon, bleek rond de millenniumwisseling dat veel antiek en meubilair nauwelijks nog geld opbrachten; ophalen kostte zelfs geld. Dias Santilhano ontwikkelde daarom een model waarin zijn bedrijf woningen leeghaalt tegen betaling, maar waardevolle objecten inkoopt en die opbrengst verrekenbaar maakt met de kosten. Bij een eerste rondgang deelt hij spullen in drie categorieën: direct in te kopen design en verzamelobjecten, bruikbare goederen voor kringloop of goede doelen, en afval of recyclebare grondstoffen.

De praktijkopnames tonen de complexiteit: in 2024 kocht Boedelservice voor 26 m3 goederen in om door te verkopen, leverde circa 95 m3 aan spullen aan kringloopwinkels en bracht bijna 205 ton onbruikbare spullen naar de verwerking, opgesplitst in dertig afvalcategorieën (hout, chemisch afval, tuinafval enz.). Producten die economisch niet renderen — stoelen of meubels waarvan de verwerkingskosten hoger zijn dan de opbrengst — gaan zoveel mogelijk naar goede doelen (koelkasten naar kookcafés, gereedschap via Gered Gereedschap naar ontwikkelingslanden). Wat niet hergebruikt kan worden, wordt gescheiden en gerecycled waar mogelijk.

Een concrete ontruiming in een jaren‑zeventigwoning in Edam illustreert het proces: medewerkers brengen eerst de kliko’s naar binnen en vullen die met papieren archieven; spullen gaan verdeeld mee met twee bestelwagens — één voor kringloop, één voor Boedelservice — en uiteindelijk vertrekken drie volle vrachtwagens (ongeveer 60 m3). Medewerker Ivo Wiggers, die twee à drie huizen per week leegmaakt, benadrukt het emotionele aspect: fotoalbums en persoonlijke bezittingen worden vaak onverwacht achtergelaten en het werk confronteert medewerkers met levensverhalen en met de vraag hoeveel spullen mensen eigenlijk moeten bewaren.

Dias Santilhano bewaart de ingekochte objecten in een loods met een bonte mix — van een staand horloge uit 1780 tot een bowlingpin en oude filmpjes — en probeert zo veel mogelijk waarde terug te winnen voor nabestaanden. Zijn aanpak weerspiegelt een maatschappelijke verschuiving: waar nalatenschappen vroeger automatisch binnen families circuleerden, vraagt de huidige overvloed aan spullen om professionele, duurzame en vaak pragmatische oplossingen bij overlijden.