Na de bommen uit Iran, kijken de Golfstaten naar Israël als westelijke uitgang voor hun olie
In dit artikel:
Terwijl een fragiel staakt-het-vuren tussen de VS en Iran voorzichtig standhoudt, verschuiven achter de schermen de machtsverhoudingen in het Midden-Oosten. Na 21 uur vruchteloze, directe onderhandelingen in Islamabad — de hoogste bilaterale bijeenkomst sinds 1979 — staat vooral de vraag centraal wat Iran bereid is op te geven en wat het kan behouden: verrijking van uranium, het ballistische programma, regionale milities en cruciale controle over de Straat van Hormuz.
De Straat van Hormuz is een strategische slagader: ongeveer twintig procent van de wereldwijde energiestromen passeert er, plus essentiële grondstoffen voor kunstmest. Iran gebruikte die doorgang de afgelopen weken als drukmiddel; de Amerikaanse reactie is erop gericht die zeestraat te blokkeren. Tegelijk blijft Iran, ondanks het conflict, veel olie exporteren — vooral naar China — wat benadrukt dat deze confrontatie evenzeer over economische routes en invloedssferen gaat als over militaire vergelding.
De discussie over nieuwe handels- en energiecorridors speelt al langer. In 2023 presenteerde Israël onder meer de India-Middle East-Europe Corridor (IMEC) als alternatief transregionaal netwerk van havens, spoorlijnen, pijpleidingen en datakabels om Azië met Europa te verbinden, los van China’s Belt and Road. Voor Israël bood dat de kans om uit het isolement te treden; voor de Golfstaten was het onderdeel van een breder strategie: minder afhankelijkheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu, meer economische diversificatie (Vision 2030), en nauwere banden met uiteenlopende partners — van China tot Pakistan en zelfs Rusland.
De aanslag van 7 oktober en de daaropvolgende escalatie hebben die berekeningen echter veranderd. De oorlog maakte zichtbaar hoe kwetsbaar de infrastructuur van de Golf is: energie-installaties, pijpleidingen en exportkanalen werden geraakt, er waren arrestaties van vermeende Iraanse agenten, en de perceptie van de Golf als veilige investeringslocatie liep schade op. Daardoor verschoof de prioriteit van het beteugelen van Israël naar het beschermen van havens en transitroutes tegen een Iran dat demonstratief maritieme druk kan uitoefenen.
Die ontwikkeling kan paradoxaal winst opleveren voor Israël: onbetrouwbaarheid van Hormuz vergroot de aantrekkingskracht van alternatieve routes en havens in het oostelijke Middellandse Zeegebied, zoals Haifa, en maakt Israëlisch logistiek-energetische infrastructuur relevanter voor westerse en Aziatische spelers. De Financial Times meldde dat Golfstaten serieus kijken naar alternatieven via Egypte, Syrië, de Rode Zee en de IMEC-route, deels gemotiveerd door een wens om minder afhankelijk te zijn van geopolitieke knelpunten en van Russische energie.
Politiek blijft samenwerking met Israël voor landen als Saoedi-Arabië gevoelig zolang de Palestijnse kwestie niet is opgelost. Toch zijn veiligheid en economische continuïteit nu vaak belangrijker dan ideologische bezwaren: wie kan exportlijnen en havens beschermen tegen verstoringen? Daarmee krijgt infrastructuurbeveiliging een prominente plek in regionale diplomatie en ook in Europese overwegingen.
Voor Iran liggen er twee paden open. Een hervormingsscenario zou het regime meer economisch georiënteerd en minder geïsoleerd kunnen maken — een model richting Vietnam in plaats van Noord-Korea. De andere optie is verdere verharding: militaire leiders en de Revolutionaire Garde lijken geneigd tot confrontatie, met tegenaanvallen via proxies zoals de Houthi’s bij Bab el-Mandeb. In dat geval dreigt het conflict terug te keren, mogelijk als langdurige staat van crisis met zware economische druk en versterkte binnenlandse repressie.