Na 505 dagen hoorde gijzelaar Eliya Cohen dat zijn geliefde nog leefde; nu zijn ze samen in Nederland
In dit artikel:
De 29-jarige Israëliër Eliya Cohen vertelde dinsdag in de Tweede Kamer, op uitnodiging van de SGP, over zijn ontvoering en 505 dagen gevangenschap in Gaza. Bij de bijeenkomst waren onder anderen politici en medewerkers van de SGP, JA21 en Groep-Markuszower aanwezig. Cohen was samen met zijn vriendin Ziv Abod op 7 oktober 2023 op het Nova-muziekfestival bij de grens met Gaza toen Hamas Israël aanviel. Nadat raketten begonnen te vallen, vluchtten ze met anderen naar een schuilplaats. Meer dan veertig terroristen omsingelden de ruimte, waar 29 mensen zaten. Veel aanwezigen werden gedood. Cohen verborg zich met Ziv onder lichamen, maar werd ontdekt en naar Gaza ontvoerd. Zijn laatste herinnering aan de schuilplaats is dat een aanvaller terugging om te controleren of niemand meer leefde.
Na 505 dagen kwam Cohen vrij. Toen hoorde hij dat Ziv de aanval had overleefd. Het paar trouwde ongeveer een maand voor zijn bezoek aan Nederland. Cohen presenteerde er zijn boek „Mufawadat. 505 dagen in Hamas-gevangenschap”, waarvan deze week een Nederlandse vertaling verscheen. Daarin beschrijft hij onder meer de angst voor een lynchpartij bij aankomst in Gaza, geweld, psychologische oorlogsvoering, zijn contacten met ontvoerders en de gebeden die hem steun gaven. De Arabische titel verwijst naar het woord voor „onderhandelingen”, dat volgens Cohen geregeld door de terroristen werd gebruikt zonder dat het tot een akkoord kwam.
Cohen zegt dat hij zijn verhaal wil vertellen omdat sommige mensen zijn ervaringen niet geloven. Hij wil benadrukken dat hij en Ziv gewone mensen zijn die naar een festival gingen om het leven te vieren, en Hamas neerzetten als een terreurorganisatie met een ideologie die volgens hem verder reikt dan Israël. SGP-leider Chris Stoffer bedankte hem en sprak een zegenwens uit voor het jonge echtpaar en Israël.
Vandaag Inside: René van der Gijp reageert op zaak rond ‘masturberende burgemeester’: ‘Geef die man een lintje!’