Na 3e keer Donald Trump als doelwit: hoe uitzonderlijk zijn aanslagen op presidenten van de VS?

dinsdag, 28 april 2026 (16:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Aanslagen en moordpogingen tegen Amerikaanse presidenten maken al eeuwen deel uit van de politieke geschiedenis van de Verenigde Staten, zeggen Amerika-experts Björn Soenens en Frank Albers. Historisch werden vier zittende presidenten daadwerkelijk vermoord (Lincoln, Garfield, McKinley en Kennedy), wat neerkomt op ongeveer 8 procent van de tot nu toe 45 presidenten — een significant maar over een lange periode verdeeld cijfer. Naast succesvolle aanslagen zijn er veel meer pogingen en verijdelde complotten.

Soenens en Albers noemen twee onderliggende factoren: een diepgewortelde cultuur waarin politiek conflict soms met geweld wordt uitgedragen — terug te voeren op de gewelddadige oorsprong van de natie — en de ruime beschikbaarheid van vuurwapens in de VS. Die combinatie maakt het, volgens hen, plausibeler dat conflicten in extreme gevallen in geweld uitmonden; niet omdat Amerikanen per se gewelddadiger zouden zijn, maar omdat wapens veelal binnen handbereik zijn.

Wat recent opvalt is dat Donald Trump binnen korte tijd driemaal het doelwit van moordpogingen of pogingen lijkt te zijn geweest. In juli 2024 werd tijdens een campagnerally in Pennsylvania een kogel rakelings langs zijn oor geschoten; in september 2024 verstopte een man zich met een geweer in de struiken op een golfterrein in Florida maar schoot niet; vorige week opende een man het vuur tijdens een diner met journalisten waar Trump aanwezig was. Dat drie incidenten zo dicht op elkaar plaatsvinden is volgens de experts uitzonderlijk.

Belangrijk in de analyse is ook Trumps eigen rol: zijn polariserende imago en vaak geëscaleerde retoriek maken hem volgens de deskundigen extra vatbaar als mikpunt. Bovendien blijkt Trump politiek voordeel te halen uit zulke gebeurtenissen — zijn kreet (o.a. “Fight! Fight! Fight!”) en de zichtbare verwonding na de Pennsylvania-rally werden als campagne-instrumenten ingezet, en het incident werd gebruikt om de veiligheid en het nut van zijn projecten zoals de omstreden balzaal in het Witte Huis te benadrukken.

De praktijk van politieke leiders die incidenten benutten voor PR heeft historische precedenten: Ronald Reagan bleef na verwonding actief in de publieke sfeer en Theodore Roosevelt hield in 1912, na een schotwond, zijn toespraak nog bijna anderhalf uur voort — anekdotes die illustreren hoe persoonlijke bedreigingen politiek kunnen worden omgesmeed tot symboliek.

Kortom: moordpogingen op Amerikaanse leiders behoren tot de langere historie van het land en worden gevoed door culturele en structurele factoren zoals een traditie van gewelddadig verzet en ruime wapenbezit. Dat Trump recent drie keer het doelwit was, is uitzonderlijk en hangt samen met zijn polariserende persoonlijkheid en communicatiestijl — en met zijn vermogen om zulke gebeurtenissen politiek te exploiteren.