Na 34 jaar is er eindelijk een vervolg op Wilde Zwanen
In dit artikel:
Vlieg, wilde zwanen is Jung Changs vervolg op haar wereldberoemde familiegeschiedenis Wilde Zwanen (1991). Waar dat boek het leven van drie generaties—haar grootmoeder, moeder (Xia De‑hong) en zijzelf—bestrijkt tot Mao’s dood, pakt het nieuwe werk de draad op vanaf Changs vertrek naar Londen in 1978 en loopt het door tot 2024, bij het sterfbed van haar moeder. Het doel is hetzelfde: via een intiem familieportret de grote politieke en sociale omslagen in China toegankelijk maken voor westerse lezers.
De oude kracht van Chang—haar vertelvermogen en het gebruik van persoonlijke verhalen als venster op de geschiedenis—is onverminderd aanwezig, maar het nieuwe boek overtreft niet het klassieke, schokkende effect van Wilde Zwanen. Dat eerder werk bracht in beeld wat Mao’s beleid concreet aanrichtte: voetbinding en vrouwenonderdrukking in de vroege twintigste eeuw, de idealistische toewijding van Changs ouders aan het communisme, de catastrofes van de Grote Sprong Voorwaarts (hongersnood 1958–1961) en de terreur van de Culturele Revolutie. In Vlieg, wilde zwanen herhaalt Chang veel van die sleutelmomenten als achtergrond, maar richt zich vooral op de ontwikkelingen van de laatste vijf decennia: de opening onder Deng Xiaoping, haar studentenjaren en vestiging in Engeland, en de geleidelijke terugkeer naar autoritairer bestuur onder Xi Jinping.
Belangrijke verhaallijnen: Changs grootmoeder toont hoe traditionele wreedheden zoals voetbinding het leven van vrouwen verwoestten; haar ouders illustreren het tragische verloop van communistisch idealisme dat veranderde in slachtofferschap onder Mao; de familie overleeft honger en vernedering tijdens politiestaatpraktijken—vader en moeder worden opgepakt en publiekelijk vernederd tijdens de Culturele Revolutie. Changs eigen jaren in Londen (vanaf 1978) vormen een van de sterkste gedeelten van het boek: ze beschrijft haar verwondering over vrijheid, haar studie, haar liefde voor Hyde Park en hoe afstand tot China haar perspectief scherpt. Die jaren leggen ook de basis voor Wilde Zwanen: pas buiten China ontwikkelde ze de observatiekracht om de hel van binnenuit te beschrijven.
Het boek volgt tevens Changs steeds slechter wordende relatie met de Chinese autoriteiten. Aanvankelijk garandeert haar wereldroem enige bewegingsvrijheid; ze reist met haar Britse echtgenoot Jon Halliday in de jaren negentig en nul terug om onderzoek te doen en familie te bezoeken. Na hun onthullende samenwerking aan de Mao‑biografie (2005) verslechtert de situatie. Visumvoorwaarden worden strikter, surveillanten begeleiden haar reizen en sinds een 2018‑wet die belediging van nationale ‘helden’ strafbaar stelt, is effectieve toegang tot China praktisch onmogelijk. Changs moeder besluit vanaf haar sterfbed dat pogingen tot terugkeer te riskant zijn.
De kritiek op Vlieg, wilde zwanen is tweeledig: het boek lijdt onder deels overbodige herhaling van informatie uit Wilde Zwanen en geeft veel ruimte aan verdedigingen tegen academische kritiek op de Mao‑biografie uit 2005, wat de lezer van nu minder interesseert. Ook wijst recensent Chang op een gemiste kans: ze had wat explicieter kunnen zijn over de onderdrukking van de Oeigoeren in Xinjiang. Desondanks blijft het werk relevant: China is inmiddels een wereldmacht met veel grotere geopolitieke impact dan in de tijd van Mao, en persoonlijke verhalen zoals die van Jung Chang blijven een bruikbare ingang om het land en zijn recente geschiedenis te begrijpen.
Kort gezegd: Vlieg, wilde zwanen voegt een navolgend, persoonlijk hoofdstuk toe aan Changs familiaal‑historische project. Het heeft niet dezelfde schokwaarde als haar oorspronkelijke bestseller, maar levert waardevolle observaties over Chinas transitie vanaf 1978, de terugkeer van autoritarisme onder Xi en de prijs die zowel individuele gezinnen als kritische intellectuelen daarvoor betalen.