N-VA-ministers De Ridder en Demir ruziën over busvervoer buitengewoon onderwijs: "Niemand wil de verantwoordelijkheid"

vrijdag, 5 juni 2026 (06:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Na het dodelijke ongeval in Buggenhout is er binnen de Vlaamse regering onenigheid over wie het vervoer van leerlingen in het buitengewoon onderwijs moet besturen. Mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) en minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) twistten over de bevoegdheid: die zou volgens het regeerakkoord naar Onderwijs verschuiven, maar Demir wil dat niet overnemen zolang het beschikbare geld feitelijk krimpt. De ruzie draait vooral om financiën: De Ridder liet De Lijn niet langer schuiven met middelen uit andere potjes bovenop het vaste budget van 139 miljoen euro, waardoor Demir vreest dat ze met een lager besteedbaar bedrag zou moeten werken.

De Lijn heeft als gevolg al aangekondigd dat er ritten geschrapt worden; er zijn contracten met onderaannemers opgezegd en scholen zijn hierover geïnformeerd. Volgens ingewijden zal de vervoersmaatschappij binnenkort een nieuwe planning communiceren. Tegelijk klinkt uit coalitiekringen dat Demir de kwestie mogelijk gebruikt om verantwoordelijkheid te vermijden, terwijl anderen benadrukken dat de overdracht formeel nog niet op de regeringstafel heeft gelegen. Formeel zou de bevoegdheid tegen het schooljaar 2027-2028 bij Onderwijs moeten rusten, met een hervorming die in de tussenperiode moet worden voorbereid.

Het dossier kampt al jaren met structurele problemen. Sinds het leerlingenvervoer 25 jaar geleden naar Mobiliteit verhuisde, steeg het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs in een klein decennium met ongeveer 17 procent (van ~47.900 naar ~56.000). Om die reden verdubbelde de vorige regering het budget van 70 naar 139 miljoen euro per jaar en werd informeel ingezet op busritten van maximaal 90 minuten. Toch duurt nog ongeveer 6 procent van de ritten langer; kinderen zitten soms uren per dag onderweg, wat extra problematisch is voor leerlingen met een beperking. Na het ongeluk in Buggenhout liggen ook veiligheid en het statuut van chauffeurs opnieuw onder een vergrootglas.

Er bestaan allerlei voorgestelde oplossingen, maar geen ervan is eenvoudig of algemeen toepasbaar. Proeven met centrale opstapplaatsen lopen in steden als Roeselare, Antwerpen en Leuven, maar voor sommige leerlingen zijn deze punten onpraktisch of onveilig. Andere opties — zoals striktere toelatingscriteria voor gratis vervoer of het openen van meer nabijgelegen scholen voor buitengewoon onderwijs — zijn politiek en praktisch gevoelig. Voormalig mobiliteitsminister Lydia Peeters waarschuwt dat enkel budgetverhoging niet volstaat: een grondige hervorming is nodig, maar die is er tot nog toe niet gekomen.

Kortom: gebrek aan politieke wil, financieringsdiscussies en operationele knelpunten verhinderen een snelle oplossing. Ondertussen blijven ongeveer 45.000 leerlingen en hun ouders gebonden aan een systeem dat veelal oncomfortabel en soms onveilig wordt ervaren.