Myriam (65) woont al 46 jaar in een gekraakte brandweerkazerne op de Prinsengracht: 'Nu kun je niet meer experimenteren in de binnenstad'
In dit artikel:
Myriam Corzilius woont al sinds 1980 in een voormalige Amsterdamse brandweerkazerne aan de Prinsengracht, een pand met een lange geschiedenis dat teruggaat tot 1643. Het gebouw, ooit een huis voor arme stadsbewoners en later opleidingskazerne van de brandweer, stond leeg nadat de brandweer was verhuisd. In de kraakjaren werd het pand bezet en door bewoners omgevormd tot een woongemeenschap. Corzilius kwam er als 65-jarige bewoner binnen op een feest, werd meteen verliefd op de ruimte en bleef er wonen.
In de jaren tachtig leefden de bewoners er in woongroepen, met gezamenlijke maaltijden, kunstprojecten en politieke acties. De omstandigheden waren destijds primitief: slecht verwarmd, lekkend dak en weinig sanitaire voorzieningen. Toch wisten de krakers te voorkomen dat het gebouw zou worden gesloopt; na een juridisch conflict besliste de rechter dat het gerenoveerd moest worden. Sinds 1989 wonen er sociale huurders, aangevuld met studenten en begeleid wonen.
Corzilius beschrijft haar woning als ruim en prettig, met hoge plafonds, veel licht en een koele binnentuin. Hoewel de oorspronkelijke woongroepen uiteenvielen toen bewoners gezinnen stichtten en zelfstandiger gingen leven, is de onderlinge band gebleven. Zij ziet het pand als een zeldzaam overblijfsel van sociale huur op de grachtengordel en als symbool van het verzet tegen dure, steeds homogenere binnenstadswijken.
De Oranjezomer: Rutger Castricum confronteerde pedofiel: 'Mijn bloed kookte!'