Muziektherapeute Jacqueline (66) neemt na 40 jaar afscheid van Beatrixoord. 'Muziek geeft beweging, ook in het mógen uiten'

zaterdag, 4 april 2026 (16:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Jacqueline van Duinhoven (66) neemt in maart na veertig jaar afscheid als muziektherapeute van de kinderrevalidatie van het UMCG in Beatrixoord (Haren). In haar kelderruimte werkt ze met allerlei klankinstrumenten — van een houten ‘klankwieg’ en stemvorken tot gitaar, oceandrum en een eenvoudige elektronische fluit — om kinderen met uiteenlopende aandoeningen te bereiken en te helpen. Ze benadrukt dat gehoor al vroeg ontwikkeld is en vaak de sleutel vormt: “Oren zijn ons eerste én laatst werkende orgaan,” zegt ze, en dat geluiden van in de baarmoeder af invloed hebben op kalmering en taalontwikkeling.

Van Duinhoven beschrijft muziektherapie als maatwerk. Ze observeert eerst, zoekt een individuele ingang via stem, snaarinstrumenten of ritme, en maakt vervolgens liedjes op maat. Met eenvoudige oefeningen — bijvoorbeeld grondingsoefeningen als “sta als een boom”, neuriën of vertraagd zacht spreken — brengt ze spanning omlaag zodat het brein rust kan vinden en verdere therapie mogelijk wordt. Haar werk is holistisch en vaak geïntegreerd met fysiotherapie, ergotherapie en logopedie: klank ontspant het brein en maakt beweging of spraak toegankelijker; andersom vragen collega-therapeuten regelmatig liedjes of materialen op maat.

Concrete voorbeelden illustreren haar aanpak. Samuel (3, ReNU-syndroom) ontwikkelde door ritmische begeleiding het vermogen om zonder rollator te lopen en laat meer initiatief zien; zijn vader prijst Van Duinhovens geduld en vermogen om hem te lezen. Waldemar (3), met uitvalsverschijnselen na een hersenbloeding als baby, maakt via muziek geluiden met zijn aangedane hand en begon woorden te zeggen. Ouders ervaren dat muziek vaak een diepere laag aanspreekt dan puur vaardigheidstrainingen: het opent non-verbale verbinding en zelfvertrouwen.

Van Duinhoven put uit vroeg persoonlijk ervaren overtuigingen — zij raakte gefascineerd door muziek als kind toen ze haar dubbelgehandicapte broer bereikte via zang — en uit jaren praktijkervaring. Ze ontwikkelde werkmethoden zoals emotiekaartjes gekoppeld aan simpele melodietjes en past methoden als SMTA toe om spreken te vergemakkelijken. Ook gebruikt ze stemvorken als snelle ontspanningstechniek; ze zegt dat die werking wetenschappelijk ondersteund wordt en zelfs door psychologen wordt benut.

Tegelijk waarschuwt ze dat muziektherapeuten nog steeds moeten vechten voor erkenning binnen de zorg. Haar positie groeide vanaf een aanvankelijke 8 uur per week in 1986 naar een contract van 23 uur; er komt een opvolger met meer uren, maar de vakgroep blijft kwetsbaar. Ze wijst ook op maatschappelijke uitdagingen: ouders en kinderen staan door schermen en prikkels voortdurend ‘aan’, waardoor synchroniseren en hechting moeilijker worden — precies daar speelt muziek een belangrijke rol.

Naast het werken met kinderen noemt Van Duinhoven ook toepassingen bij ouderen en stervenden: muziek blijft vaak het laatste zintuig en kan helpen bij loslaten. Na haar vertrek wil ze tijd nemen om opnieuw voor zichzelf muziek te maken en te onderzoeken waarmee ze verder wil. Haar praktijk laat zien dat klank en ritme een toegankelijke, vaak onderschatte route zijn om contact, rust en ontwikkeling te bevorderen.