Muurtje van verdwenen kerk in Nieuw-Schoonebeek in ere hersteld. 'Voor de sloop gooide ik er de ramen in'
In dit artikel:
In Nieuw-Schoonebeek blikt een oudere generatie nog met gemengde gevoelens terug op de sloop van de ruim honderd jaar oude rooms-katholieke kerk uit 1849, die begin jaren zeventig grotendeels werd afgebroken. Alleen de vrijstaande toren bleef staan en vormt nog altijd het zichtbare restant in het dorpscentrum. De sloop kwam er nadat pastoor Streppel in de jaren vijftig/zestig had ingezet op een nieuw, veel moderner kerkgebouw; bisschop Nierman gaf midden jaren zestig toestemming en het nieuwe pand werd kort daarna in gebruik genomen (gebouwd rond 1967).
Harry Huser (67) en Ben Wubbels (67) speelden als jongens een rol bij de ontmanteling en herinneren zich hoe de leegstaande kerk werd geplunderd: ruiten sneuvelden en orgelpijpen verdwenen. Beide mannen deden later hun eerste communie in die oude kerk; nu helpen ze, decennia later, als vrijwilligers mee aan het herstel van een overgebleven stuk muur als tastbare herinnering aan het verdwenen gebouw. Onder leiding van aannemer Leon Herbers werken zo’n twintig vrijwilligers de oude voegen en wortels weg om de originele stenen uit 1849 schoon te maken. Die stenen worden hergebruikt voor een nieuw muurtje op een nieuwe fundering: circa 0,5 meter hoog en 36 meter lang. De herbouw wordt onderdeel van de centrumvernieuwing en moet naar verwachting binnen enkele weken zichtbaar staan.
Het achterwege laten van onderhoud na de sloop zorgde ervoor dat het muurtje was overwoekerd en het metselwerk achteruitging. Met de keuze om originele stenen te bewaren en opnieuw te verwerken wil het dorp letterlijk geschiedenis terugbrengen in het straatbeeld. Voor Huser en Wubbels heeft de herinnering ook een moreel aspect: waar veel jongens destijds meededen aan het slopen, is dat nu ondenkbaar — zij erkennen dat ze destijds “onschuldig” handelden, maar nu anders naar erfgoed kijken.
De in de jaren zestig gebouwde moderne kerk in Nieuw-Schoonebeek staat inmiddels te koop. Door terugloop in kerkgangers is het dorp onderdeel geworden van een groter parochieverband (met Coevorden, Schoonebeek, Steenwijksmoer en Weiteveen) en wordt gekeken naar herbestemming van kerkelijke panden. Uit een lokale enquête blijkt dat veel inwoners willen dat er een bruikbare ruimte blijft; de oude pastorie wordt daarbij als kandidaat genoemd. De muurreconstructie is daarmee zowel een herinneringsproject als onderdeel van bredere vragen rond behoud en hergebruik van religieus erfgoed in dorpen met krimpende kerkgemeenschappen.