Mummiekelkjes, echte specialisten!
In dit artikel:
Tussen winter en lente kun je op de bodem onder els, berk, hazelaar, populier, gagel en zilverspar kleine, onopvallende paddenstoeltjes vinden: mummiekelkjes (geslacht Ciboria). In Nederland komen dertien Ciboria-soorten voor die gespecialiseerd zijn op afgevallen katjes en zaden van één bepaalde boom, struik of plant — soms zelfs weer verschillend voor mannelijke en vrouwelijke katjes.
Het meest algemeen is het Elzenkatjesmummiekelkje (Ciboria amentacea), aangetroffen in 474 kilometerhokken; heel zeldzaam is het Zilversparmummiekelkje (Ciboria rufofusca), slechts gemeld in 4 kilometerhokken. De vruchtlichamen zijn klein: bekertjes van circa één centimeter met een steeltje net lang genoeg om boven het strooisel uit te steken, zodat sporen kunnen verspreiden.
De levenswijze is sterk getimed op de gastheer. De paddenstoeltjes verschijnen tegelijk met de bloei van de boom of struik en verspreiden sporen die de bloeiende of net uitgebloeide katjes infecteren. Die besmette katjes vallen op de grond en voeden de schimmel tot het volgende voorjaar, wanneer de cyclus zich herhaalt. Sommige soorten infecteren direct vruchten: in het najaar zijn op vrouwelijke elzenkatjes Ciboria viridifusca en op zwart geworden eikels Ciboria pseudotuberosa te vinden.
Wie gericht zoekt tijdens de bloeiperiode van de betreffende boom (els/hazelaar feb–mrt, populier/gagel mrt–apr, berk apr–mei, zaden van zegges en russen mei–jun) kan zowel algemene als zeldzame mummiekelkjes ontdekken. Tekst: Ronald Morsink (Paddenstoelenonderzoek Nederland).