Muizen en muizeneters
In dit artikel:
Muizen spelen een veel grotere rol in het Nederlandse landschap dan je op het eerste gezicht zou denken: ze vormen een basisvoedsel voor tal van roofvogels en -dieren en bepalen daarmee de dynamiek van hele ecosystemen. Uit beelden van Beleef de Lente blijkt dat een paar torenvalken tussen 8 mei en 25 juni 774 prooien aanvoerden waarvan 680 muizen — en daarvan waren 567 woelmuizen. Zulke cijfers laten zien hoe sterk roofvogels als torenvalken afhankelijk zijn van woelmuizen, vooral veldmuizen.
Er bestaat niet één muis: in Nederland komen verschillende groepen voor. De zogenaamde ware muizen (zoals bos- en huismuis) hebben grote oren en lange staarten en leven vooral respectievelijk in bossen en rond bebouwing. Woelmuizen (onder andere veldmuis, rosse woelmuis en de zeldzame noordse woelmuis) zijn gedrongen en leven in grasland of bosranden. Spitsmuizen lijken op muizen maar behoren tot een andere groep en eten bijna uitsluitend dierlijk voedsel. Daarnaast zijn er twee zeer zeldzame slaapmuizen (eikel- en hazelmuis) die nog in Limburg voorkomen.
2025 is door verschillende organisaties benoemd als Jaar van de Woelmuis en Jaar van de Torenvalk — geen toeval, want torenvalken eten voornamelijk woelmuizen. Andere muizeneters zijn onder meer kerkuilen, buizerds, ransuilen, velduilen, blauwe kiekendieven, reigers en allerlei marterachtigen en vossen. Veel van deze roofvogels staan echter onder druk: torenvalken, ransuilen, velduilen en blauwe kiekendieven staan op de Rode Lijst en de torenvalkpopulatie is nog maar ongeveer een kwart van wat die halverwege de vorige eeuw was. Intensivering van landbouw en verlies van geschikt leefgebied zorgen ervoor dat te weinig jongen overleven.
De relatief onregelmatige muizenpieken (muizenjaren) hebben grote gevolgen. Tijdens zo’n piek neemt de voedselvoorraad drastisch toe, wat roofvogels en marterachtigen in de hand werkt en tijdelijk ook weidevogels beschermt — predatoren richten zich eerder op muizen dan op kuikens en eieren. Het jaar ná een muizenpiek is vaak problematisch voor weidevogels: dan zijn er veel predatoren en veel minder muizen, waardoor de druk op nesten toeneemt.
Om zowel de muizenpopulaties als de muizeneters te ondersteunen, pleit het artikel voor meer ‘basiskwaliteit’ natuur in het landbouwlandschap. Praktische maatregelen zijn onder andere het behoud van blijvend kruidenrijk grasland dat minder vaak wordt gemaaid, brede akkerranden, natuurvriendelijk bermbeheer en het herstel van houtwallen en ruige hoekjes. Zulke elementen vergroten het leefgebied voor veld- en bosmuizen en helpen daarmee ook roofvogels en andere soorten die van muizen afhankelijk zijn.