'Mr Human Rights' Theo van Boven gaf stem aan slachtoffers van onderdrukkende regimes
In dit artikel:
Theo van Boven (geboren in Voorburg) bouwde een wereldwijde reputatie op als onvermoeibare pleitbezorger van mensenrechten. Na een loopbaan als diplomaat bij Buitenlandse Zaken bekleedde hij in Genève de leiding van de VN-afdeling Mensenrechten, en vanaf 1982 was hij professor internationaal recht aan de Universiteit Maastricht, waar studenten hem herinneren als een nonchalig geklede docent die per fiets kwam en bevlogen lesgaf.
Van Boven onderscheidde zich door slachtoffers van mensenrechtenschendingen centraal te zetten. In plaats van uitsluitend met regeringsleiders te spreken, organiseerde hij VN-missies die rechtstreeks met slachtoffers praatten en gaf ngo’s en getuigen toegang tot diplomatieke vergaderingen. Die praktijk – in zijn tijd vernieuwend en controversieel – leidde tot felle internationale debatten maar verankerde ook het noemen van namen en het eisen van rechtsherstel in het beleid. Zijn werk leverde hem de bijnaam "Mr Human Rights", talrijke onderscheidingen en eredoctoraten op, en in 1985 circuleerde zijn naam als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Zijn aanpak vloeide mede voort uit vroegere ervaringen: een masteropleiding in Dallas (1959) maakte hem bewust van racisme en onrecht, en tijdens veldbezoeken dwong hij zich, naast officiële ontvangsten, ook toegang tot plekken als het martelcentrum Villa Grimaldi in Chili (1978) en zocht hij contact met groepen als de Argentijnse Dwaze Moeders. Collega’s omschrijven hem als principieel, moedig en integer; critici vonden hem te activistisch voor zijn diplomatieke rol.
De politieke wind uit Washington onder president Reagan en tegenstand van sommige diplomaten leidden in 1982 tot zijn vertrek uit Genève: hij weigerde te buigen voor censuur op namen van dictaturen en liet zich niet degradereren. Nederland, inclusief minister Max van der Stoel, bood geen steun. Desondanks bleef Van Boven actief voor de VN: in 2001 trad hij op als speciaal rapporteur tegen marteling, en zijn langjarige inzet mondde in 2005 uit in de Van Boven/Bassiouni Principles — internationale richtlijnen over herstel en genoegdoening voor slachtoffers van ernstige mensenrechtenschendingen.
Tegen het einde van zijn leven zag hij met zorg hoe progressie af en toe terugliep, ook in democratische landen, maar hij bleef uiteindelijk hoopvol over de lange termijn van mensenrechtenontwikkeling.