Mozarts 'Le nozze di Figaro' is geniaal, hopelijk wordt de opera straks ook mooi uitgevoerd in Amsterdam
In dit artikel:
Mozarts Le nozze di Figaro verschijnt in deze tekst als een werk dat veel verder reikt dan zijn toneelmatige vrolijkheid: het is een bruisende, dromerige uitbeelding van levenskracht waarin juist de vergankelijkheid van het bestaan doordringt. De auteur vertelt hoe een zeiltocht op het IJsselmeer met twee cd’s — Mahler onder Haitink en Mozart onder Solti — hem op jonge leeftijd al deed nadenken over het verschil tussen filosofische zwaarmoedigheid en vitale muziek; aan het eind van een levenslange luisterervaring keert hij terug bij Mozart en hoort hij daar steeds sterker een existentiële urgentie in.
Figaro wordt geplaatst in zijn historische context: het libretto van Lorenzo Da Ponte is een bewerking van Beaumarchais’ Le mariage de Figaro, waarbij revolutionaire, anti-feodale scherpte is afgesuikerd om een werk te maken voor het Weense theater. Toch sluimert een sociale spanning door de klucht — graaf versus bediende, adel versus volk — en Mozart’s muziek heft die spanning op een manier die tegelijk komisch en aangrijpend is. Waar Da Ponte en Mozart volgens biografen vaak pragmatisch en opportunistisch schreven voor succes en inkomen, levert de combinatie van woorden en noten bij Mozart iets dat boven opportunisme uitstijgt: een onweerstaanbare stroom van muzikaal vernuft die personages tot leven en tegelijk tot allegorie maakt.
De schrijver benadrukt hoe Mozarts partituur de karakters tegelijk individualiseert en universeel maakt; hij beschrijft de muziek als een doorlopende eruptie van energie — tempowisselingen, harmonische reiken, ritmische complexiteit — die in de beroemde finale van de tweede akte zijn hoogtepunt vindt. Die finale toont volgens hem een bijna onnavolgbare lichtheid gekoppeld aan diepte, iets wat in de westerse muziek zelden in die combinatie voorkomt.
Tegelijkertijd is er scepsis richting hedendaagse regie-ingrepen. De aankondiging van Kirill Serebrennikovs enscenering in de Stopera, met onder meer het splitsen van Cherubino in een mannelijk en vrouwelijk personage en een nadruk op psychologische driften, wekt bij de auteur enige ergernis: zulke explicaties lijken overbodig naast de vanzelfsprekende, alziende kracht van Mozarts muziek zelf. Referenties aan commentatoren als Rodney Bolt en anekdotes over tijdgenoten die Mozarts genialiteit roemden, versterken het beeld van een compositie die geboren is uit instinct en virtuositeit, niet uit hoogdravende bedoelingen.
De slotgedachte is stellig: Le nozze di Figaro is geen loutere klucht maar een les in levenssnelheid — Mozart maakt het pijnlijke geluk van het bestaan hoorbaar en herinnert ons aan de noodzaak om nu te handelen, voordat het wonder van het leven wegvloeit.