Mozaïek-akkers enorme boost voor biodiversiteit
In dit artikel:
De zesjarige pilot Biodivers Akker Mozaïek (BAM-akkers), gestart in 2024, laat binnen korte tijd sterke positieve effecten op de biodiversiteit zien op akkerbouwpercelen in Gelderland en Zuid-Holland. In plaats van monotone tarwevelden worden percelen verdeeld in oogstbare gewasstroken afgewisseld met kruidenrijke stroken en ongeoogste stoppels, vaak gecombineerd met bodemvriendelijke gewassen zoals granen met een ondergroei van klaver, veldbonen, lupine of luzerne. Die opzet biedt het hele jaar door voedsel, schuilplaatsen en voortplantingsruimte voor insecten, vogels en bodemleven.
De monitoring van de pilot wordt uitgevoerd door onder anderen Anthonie Stip (Vlinderstichting), ecoloog Ben Koks en landbouwdeskundige Sander Bernaerts; provincie Gelderland draagt financieel bij aan die monitoring omdat ze natuurinclusieve landbouw wil stimuleren. Vergelijkende metingen op referentiepercelen met conventionele tarwe in Zuid-Holland tonen aan dat er op BAM-percelen gemiddeld zo’n veertig keer meer insecten zijn. Naast algemene bestuivers verschijnen ook zeldzamere soorten, bijvoorbeeld de klaverdikpootbij die afhankelijk is van klaver. Ook akkervogels zoals patrijs, veldleeuwerik, kievit, scholekster, fazant en zelfs grutto’s worden regelmatig gezien op en rond de BAM-akkers.
BAM-akkers gaan verder dan traditionele akkerranden: de kruidenstroken lopen door het perceel heen en liggen dichter op elkaar, waardoor insecten niet alleen nectar vinden maar volledige levenscycli kunnen voltooien (eitjes leggen, schuilen, overwinteren). De stroken worden ingezaaid met meerjarige, bij voorkeur inheemse mengsels die ook landbouwkundig inpasbaar zijn.
De pilot in Rivierenland, uitgevoerd door Agrarisch Collectief Rivierenland, is dit jaar opgeschaald van 9 boeren op 45 hectare naar 40 boeren op 250 hectare, met deelnemers variërend van gangbaar tot biodynamisch. Voorlopig is BAM nog geen officieel ANLb-pakket, maar bij succes hopen initiatiefnemers opname in het subsidieprogramma te bereiken. Dat succes zal zowel van ecologische resultaten als van de bereidheid van boeren afhangen.
Akkerbouwer André Jurrius van Ekoboerderij de Lingehof ervaart de hoge biodiversiteit zelf: kleurrijke bloei en veel insecten en vogels. Tegelijk signaleren deelnemers knelpunten voor de bedrijfsvoering: beperkingen in teelten en oogstmomenten, extra onkruiddruk en het gevoel meer natuurbeheerder dan akkerbouwer te zijn. Deelnemende boeren krijgen daarom een vergoeding en er blijft ruimte voor aanpassing tijdens de resterende drie pilotjaren. Het voorlopige resultaat toont echter aan dat relatief kleine landschappelijke ingrepen snel grote voordelen voor biodiversiteit kunnen opleveren.