Mosul werd verwoest door IS. In 'De leeuwen bij de Tigris' zien we wat er uit het puin werd gered
In dit artikel:
In een treurige, traag gemonteerde documentaire lopen drie oudere mannen door het puin van Mosul, de stad die tussen 2014 en 2017 drie jaar onder IS-legering viel en grotendeels werd verwoest. De film kruist persoonlijke verhalen met archiefbeelden van de systematische vernieling van duizenden jaren oude kunst uit het beroemde museum: niet alleen gebouwen, maar ook reliëfs, zuilen, mozaïeken en houten deuren werden met bijlen, kettingzagen en slijptollen kapotgemaakt.
De drie hoofdpersonen geven het verhaal een menselijk gezicht. Fadil is de behoeder van een viool en een oud-instrument (de oud) die hij tegen alle verwachtingen in wist te verstoppen; hij speelt zachtjes ondanks de angst voor ontdekking. Fakhri verzamelt antieke objecten en foto’s voor een eigen privé‑museum en raakt geobsedeerd door bezit — zijn jacht naar waardevolle stukken, met name een gebeeldhouwd leeuwenornament van Bashirs familiehuis, brengt spanningen teweeg. Bashir, vishandelaar en diep getraumatiseerd, blijft vasthouden aan herinneringen en tast wanhopig naar verloren familiealbums en het verleden. Als hij vraagt: “Hoe dan?” vat hij de gedeelde onzekerheid samen over hoe de eeuwenoude, organisch gegroeide stad herbouwd zou moeten worden; de overheid spreekt van 54.000 te herbouwen huizen, maar bulldozers egaliseren tegelijk rijk bewerkte fragmenten alsof ze vuilnis zijn.
De film balanceert tussen droefheid en een bijna theatrale absurditeit — twee mannen die in een woestenij viool spelen dragen net zozeer rouw als verzet tegen culturele uitwissing. De archiefbeelden van IS’ vernieling vormen het pijnlijke intermezzo: je kijkt weg bij het zien van systematische vernietiging van voor-islamitische kunst. Hoofdthema’s zijn verlies, rouw en de moeizame pogingen om cultuur en identiteit te redden of te bezitten te midden van materiële en immateriële verwoesting.