Moslimjongeren voelen dagelijks gevolgen van polarisatie en uitsluiting
In dit artikel:
Het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS), een samenwerking tussen het Verwey-Jonker Instituut en Movisie, publiceert recent onderzoek naar de ervaringen van jonge moslims in Nederland. Op basis van literatuurstudie en gesprekken met beleidsmakers en 57 moslimjongeren constateert het platform dat discriminatie een dagelijkse realiteit is: van openlijke uitsluiting tot subtiele opmerkingen en veronderstellingen die zich opstapelen en het gevoel van veiligheid, eigenwaarde en toekomstperspectief aantasten.
De studie bevestigt eerdere bevindingen dat moslimdiscriminatie in Nederland hardnekkig en genormaliseerd is. Praktische voorbeelden zijn stagediscriminatie — vooral gericht tegen hoofddoekdragende vrouwen en jongeren met een naam die duidt op een migratieachtergrond. Die problemen leggen volgens de onderzoekers structurele knelpunten bloot die verder gaan dan incidentele voorvallen.
KIS legt de verantwoordelijkheid voor verandering primair bij werkgevers en organisaties: zij moeten betrouwbare meldlijnen bieden, drempels wegnemen en redelijke ruimte maken voor religieuze praktijken (bijv. gebedsruimtes en aanpassingen tijdens de ramadan). Tegelijkertijd toont het onderzoek de veerkracht van jongeren; zij ontwikkelen copingstrategieën zoals relativering, sociale steun en religieuze troost.
Moslimjongeren vragen vooral erkenning van het probleem en concrete maatregelen om gelijke kansen binnen bestaande structuren te waarborgen — niet om aparte trajecten. De bevindingen onderstrepen de noodzaak van beleidsmatige en organisatorische ingrepen om discriminatie te bestrijden en participatie en welzijn van moslimjongeren te bevorderen.