Morton Feldmans late werk is van een epische schaal en een extreem getemperd volume
In dit artikel:
Morton Feldman (1926-1987) staat bekend om muziek die extreem zacht, traag en langdurig is. Dat beeld contrasteert sterk met de componist zelf, die in videoregistraties uit zijn bezoeken aan het Festival Nieuwe Muziek in Middelburg in de jaren tachtig juist luidruchtig, geestig en breedsprakig overkomt. In gesprekken met onder anderen Louis Andriessen, Konrad Boehmer en Geoffrey Madge sprak hij uitvoerig over John Cage, Pierre Boulez, Karlheinz Stockhausen en de schilders die hij bewonderde, zoals Mark Rothko, Jackson Pollock, Philip Guston en Willem de Kooning.
Pianist en dirigent John Snijders, artistiek leider van het Ives Ensemble, herinnert zich Feldman als een aandachtige en geduldige gesprekspartner. Tijdens een ontmoeting in 1987 beantwoordde de componist uitvoerig technische vragen over notatie en tempo. Wel benadrukte hij bij ieder werk meteen de speelduur. Lengte is namelijk een essentieel onderdeel van zijn late muziek. Werken als Violin & String Quartet, For Christian Wolff, For Philip Guston en String Quartet (II) duren respectievelijk twee, drie, ruim vier en meer dan vijf uur. In Middelburg ging in 1987 Piano, Violin, Viola, Cello in première, een werk van ongeveer 75 minuten dat zijn laatste compositie zou blijken. Feldman overleed op 3 september van dat jaar aan alvleesklierkanker.
Het komende concertseizoen staat in het teken van zijn honderdste geboortejaar en veertigste sterfjaar. Het Muziekgebouw organiseert daarom een tweedaagse Feldman Special. De Russische pianist Pavel Kolesnikov speelt Triadic Memories en het Ives Ensemble voert Trio uit. Snijders benadrukt daarnaast dat het aangekondigde ‘afscheidsconcert’ van het ensemble niet betekent dat het gezelschap ophoudt te bestaan. Door teruglopende subsidies stopt het in seizoen 2027-2028 alleen met het initiëren van eigen projecten; optredens op aanvraag blijven mogelijk.
Feldman groeide op in Queens als zoon van Joods-Oekraïense migranten. Tot zijn veertigste werkte hij in de fabriek van zijn vader, terwijl hij zich muzikaal ontwikkelde bij verschillende leraren. Via Stefan Wolpe kwam hij in aanraking met de twaalftoonstechniek en van Edgard Varèse leerde hij klanken te benaderen als ruimtelijke objecten. Zijn ontmoeting met John Cage in 1950 werd bepalend. Feldman ging experimenteren met grafische partituren, toeval en improvisatie. In vroege werken als de Intermissions en Extensions zijn al de kenmerken aanwezig die zijn latere stijl zouden bepalen: weinig noten, veel stilte, lage tempi en een zo zacht mogelijke klank.
Die late muziek is niet gericht op een traditionele muzikale ontwikkeling met spanningsbogen, climaxen of een duidelijke richting. Feldman werkt met losse muzikale modules die telkens in een andere volgorde en met subtiele wijzigingen terugkeren. Herhaling betekent bij hem nooit exacte herhaling. Daardoor lijkt de muziek statisch, maar blijven voortdurend nieuwe details opduiken. In Piano and String Quartet cirkelen de strijkers 75 minuten lang rond enkele resonerende piano-akkoorden. De klanken worden vergeleken met kiezels in een vijver of met een mobiel van Alexander Calder. Een enkele harde piano-aanslag kan daardoor des te schokkender klinken; Feldman zei volgens Snijders gekscherend dat zo’n klap vooral bedoeld was om het publiek te ergeren.
De sterkste vergelijking is die met abstracte schilderkunst, vooral met de kleurvelden van Rothko. Op het eerste gezicht lijken die eenvoudig, maar wie langer kijkt, ontdekt gelaagdheid, vibratie en een ruimtelijke werking. Snijders vindt dat Feldman muziek wilde schrijven die op een schilderij lijkt: een geheel waarin je kunt verdwijnen. Feldman componeerde ook Rothko Chapel, een zacht oplichtend werk ter nagedachtenis aan de schilder, met koor, slagwerk, vibrafoon, celesta en een droevige altvioolmelodie.
Feldman dacht zelf in termen van kleur, textuur, patronen en ruimte. Hij sprak over ‘de huid van het geluid’ en verzamelde Turkse en Anatolische tapijten, waarvan de onregelmatige patronen hem inspireerden. Toch ontvouwt muziek zich anders dan een schilderij: een schilderij is in één oogopslag ruimtelijk te overzien, terwijl muziek zich noot voor noot in de tijd afspeelt. Juist die tijd behandelt Feldman niet als een meetbare reeks minuten, maar als een subjectieve ervaring van duur. Zijn muziek kan tegelijk langzaam en snel lijken, stilstand suggereren en toch voortdurend bewegen.
Dat effect is volgens de auteur goed hoorbaar in Triadic Memories, waarin enkele tonen in steeds licht veranderende patronen terugkeren. De luisteraar raakt zijn gebruikelijke houvast kwijt, maar kan daardoor een andere tijdservaring krijgen. Feldman omschreef dit als het vormgeven van de desoriëntatie van het geheugen: vertrouwde gebouwen lijken hetzelfde, terwijl ze dat niet zijn; muzikale herinneringen keren terug, maar nooit identiek. Zijn muziek vraagt daarom minder om analyse dan om ondergaan. In de enorme, fluisterzachte klankvelden ontstaat een ruimte waarin de luisteraar kan verdwalen.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Matthijs van Nieuwkerk kan nu een mooi slot breien aan zijn schitterende carrière'