Morele arrogantie heeft definitief bezit genomen van de moderne mens
In dit artikel:
Tijdens een museumbezoek dit jaar merkte de auteur hoe een rondleidster zeventiende-eeuwse schilderijen consequent uitlegt door een hedendaagse moraalbril: zwarte kinderen, vrouwen en dienstbaren worden geplaatst als decor of statussymbolen, en kunstenaars zouden de persoon achter het schilderij niet hebben laten meetellen. De gids gaf toe dat zij ook vanuit de destijds geldende logica had kunnen praten, maar koos bewust voor deze moderne lezing omdat die op school mooie gesprekken oplevert.
De schrijver, coach en mediator, keert zich tegen die aanpak en noemt haar voorbeeld van 'morale arrogantie': het instrumenteel inzetten van het verleden om de vermeende morele superioriteit van het nu te bevestigen. In bredere context schetst de auteur een modern zelfbeeld waarin wetenschap, het herdefiniëren van begrippen als menselijke waardigheid, en het afzien van religie een nieuw moreel centrum vormen — een overtuiging dat authenticiteit en de huidige standaarden definitief wijzer zouden maken dan vroegere generaties. Dat leidt ertoe dat kritische vragen vanuit het verleden worden afgedaan als beperkt of onwetend.
Het centrale bezwaar is dat wie geschiedenis vooral benut om zichzelf te bewijzen, zichzelf en het verleden miskent. In plaats van meteen te beoordelen raadt de auteur aan het verleden onbevooroordeeld te ontmoeten: alleen door het oordeel uit te stellen kun je andere opvattingen over het goede leven ontdekken en werkelijk leren van andere tijden en culturen. Gebruik van geschiedenis als legitimatie voor het heden is daarom niet alleen oneerlijk tegenover voorvaderen, maar kwetsend voor ons eigen begrip van moraal en kennis.