Monumenten en Heusdens Erfgoed: Vlijmen, Wilhelminastraat 34, waar eens een leerlooierij stond
In dit artikel:
In De Vijf Hoeven verwierf Jan van Helvoort (1825–1908) in 1866 een perceel van ongeveer 1,5 hectare. Zijn zoon Michiel Thilman van Helvoort (1857–1908), die ervaring had opgedaan bij een looierij in Dongen, bouwde in 1884 op die grond een leerlooierij: een driedelige stenen fabriek met zolderverdieping, waar op de begane grond huiden in putten en kuipen werden gelooid. Als looistof werd eerst "run" (gemalen eikenschors) gebruikt, later werden extracten uit looistofhoudende planten toegepast. De bovenverdiepingen dienden voor opslag, droging en verdere verwerking.
Michiel liet in 1893 voor de looierij een woonhuis optrekken; een jaar later kwam er tegen de achterzijde een schuur/stal. In januari 1894 trouwde hij met Cornelia Maria van Falier; het paar kreeg drie zoons en drie dochters. Michiel vervulde meerdere maatschappelijke rollen (onder meer landbouwer, wethouder/gemeenteontvanger en looier). Na zijn overlijden in 1908 werd de looierij gesloten. Zijn vader overleed datzelfde jaar. Het looierijgebouw werd omstreeks 1938 afgebroken. Hun zoon Jan (1901–1969) nam later de boerderij over; hij trouwde in 1926 met Petronella de Wilt en kreeg tien kinderen. In 1964 werd het woonhuis met schuur en perceel verkocht.
Nieuwe functies volgden: koper C. van Leeuwen veranderde het pand in een pension voor gastarbeiders; na verbouwingen ontstonden negentien slaapkamertjes en tussen april 1965 en december 1976 staan 252 namen in het pensionregister, vooral Turkse en Spaanse arbeiders die vaak bij Michelin in ’s‑Hertogenbosch werkten. In 1977 kocht het echtpaar Dees het huis en maakte er een woonhuis van; in 1980 kwam het in handen van de familie Leenders, die het achterhuis als dierenartsenpraktijk inrichtte. Sinds 1996 is het pand een gemeentelijk monument.
Architectonisch is het woonhuis van 1893 een voorbeeld van eclecticisme: een verhoogde begane grond (een reactie op de watersnood van 1880), natuurstenen bordes, zadeldak met blauwe terracotta pannen, sierlijke kroonlijst en consoles, rode baksteen met knipvoegen, een risaliet rond de voordeur en decoratieve stucornamenten (waaronder een aapje). De gietijzeren deuromlijsting toont kleine koeienkopjes, een symbolische verwijzing naar de vroegere looierij en boerderij. Het gebouw illustreert de overgang van kleinindustriële activiteit naar woninggebruik en opvang van arbeidsmigranten, en draagt daardoor zowel cultuurhistorische als sociale waarde.