Mona Keijzer gaat er niet alleen qua positie, maar ook financieel flink op achteruit na verlaten BBB
In dit artikel:
Mona Keijzer gaat na haar vertrek uit de fractie van BoerBurgerBeweging verder als zelfstandig Kamerlid onder de naam ‘Lid Keijzer’. Daarmee verliest ze niet alleen politieke invloed, maar ook aanzienlijke faciliteiten en inkomsten die bij haar eerdere positie hoorden. Tot begin deze week was ze nog vicepremier en beschikte ze over ambtelijke ondersteuning van zowel Volkshuisvesting als Asiel en Migratie; die ondersteuning vervalt nu.
Sinds 2017 gelden aangescherpte regels voor Kamerleden die zich afsplitsen: zij ontvangen minder middelen om te voorkomen dat zetels met volledige fractiefaciliteiten kunnen worden meegenomen. Als afsplitser krijgt Keijzer ongeveer €220.000 per jaar aan personeelsbudget, ruim minder dan de bijna €600.000 die een eenpersoonsfractie zoals Volt (Laurens Dassen) kan inzetten. Dat budget is doorgaans voldoende voor hooguit één beleidsmedewerker en beperkte secretariële hulp, terwijl de hoeveelheid dossiers ongewijzigd blijft.
Ook haar spreektijd in de plenaire vergaderingen wordt beperkt door de zogeheten 75%-regel. Financieel is er eveneens een fors verschil: het salaris van een vicepremier ligt rond €206.000 per jaar, dat van een Kamerlid circa €141.000. Keijzer kan mogelijk een beroep doen op de wachtgeldregeling om het inkomen tijdelijk aan te vullen (ongeveer €165.000 het eerste jaar, daarna circa €145.000). Kritiek op deze ongelijke uitgangspositie is eerder al geuit, onder meer door Pieter Omtzigt.