Mollema enige Nederlander die 'bizar zwaar' WK uitrijdt, chips als beloning
In dit artikel:
Bauke Mollema eindigde als enige Nederlandse finisher in de slopende wegwedstrijd van het WK wielrennen in Kigali (Rwanda). Na ruim 6,5 uur koers en bijna 270 kilometer met meer dan 5.000 hoogtemeters hing er een grote zak chips aan zijn stuur — een kleine beloning nadat hij alles had leeggegeten tijdens de race. Winnaar werd Tadej Pogacar, die met een beruchte demarrage op Mount Kigali het peloton deed uiteenlopen; Mollema kwam ruim tien minuten later binnen.
Van de 165 gestarte renners wisten slechts 30 de finish te bereiken, wat de extremiteit van de wedstrijd illustreert. Thymen Arensman, Frank van den Broek, Wout Poels en Menno Huising moesten allemaal afhaken. Arensman leed op de steile kasseienklim — door hem vergeleken met de Cauberg — aan hevige kramp in de lies en moest zich zelfs aan de hekken vasthouden; daarmee viel elke kans op een topklassering weg. Huising vervulde lange tijd een actieve rol door de eerste 150 kilometer in een pogingsvlucht te rijden, maar kreeg nooit ruimte van het hoofdveld en raakte later eveneens uit de wedstrijd.
Mollema en Arensman konden na een periode uit de greep van de kopgroep terugkeren, maar de combinatie van hoogte, zware klimonderdelen en de lange afstand maakte herstel bijna onmogelijk. Bondscoach Koos Moerenhout zag vanaf de ploegwagen een "slijtageslag": zonder communicatie via teamradio’s — gebruikelijk bij WK’s — was koersinzicht beperkt en bleven kansen klein zodra de benen verzuurden.
Uiteindelijk domineerde Pogacar het spektakel en kwamen veel renners verspreid en eenzaam binnen; voor Nederland bleef Mollema met het uitrijden de beste prestatie. Zijn chips na afloop symboliseerden zowel de uitputting als het kleine plezier dat overbleef na een bijzonder zware dag in Rwanda.