Mojtaba Khamenei: nieuwe opperste leider met oude ideeën
In dit artikel:
De gewelddadige dood van ayatollah Ali Khamenei op 28 februari heeft geleid tot de benoeming van zijn zoon Mojtaba Khamenei als nieuwe opperste leider van Iran, een stap die in binnen- en buitenland vragen oproept over erfopvolging binnen de theocratie. Critici zien in de opvolging een verschuiving richting een dynastie; een Iraanse commentator stelde op X zelfs dat men voortaan van een "Islamitische Monarchie" kan spreken. Dat raakt aan een kernprincipe van de revolutie van 1979, die erfelijke macht wilde afschaffen na het sjah-tijdperk.
Mojtaba (56) stond tot nu toe in de schaduw van zijn vader maar heeft sterke achterban binnen de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC). Die haviken gaven de doorslag in de opvolgingsstrijd, ondanks dat er andere, ervaren kandidaten waren — bijvoorbeeld Alireza Arafi — en hoewel Mojtaba zelf geen ayatollah is, wat traditioneel clericale legitimiteit levert. Sommige bronnen beweren zelfs dat de overledene zelf een opvolger met ruime politieke ervaring had gewild; nationale veiligheidsadviseur Ali Larijani was fel tegen de benoeming.
De reden voor Mojtaba’s keuze lijkt deels politiek van aard: de IRGC wilde geen leider die zich naar het Westen toe verontschuldigt, zoals volgens hen recent gebeurde toen president Masoud Pezeshkian excuses aanbood voor raketaanvallen. Verwacht wordt dat Mojtba Khamenei het harde, onverzoenlijke beleid van zijn vader zal voortzetten. Officiële reacties tonen nu eendracht — Pezeshkian noemt de benoeming een "voorbode van een nieuw tijdperk" en Larijani spreekt van een teleurstelling voor Iran’s vijanden — maar voor oppositiegroepen en pro-westerse minderheden, zoals christenen, betekent de machtswisseling verscherpte repressie en isolatie.
Tegelijk blijft Mojtaba’s positie kwetsbaar: gegeven eerdere liquidaties door Israël en de VS van hoge Iraanse functionarissen is het onzeker hoe lang hij veilig en effectief kan regeren.