Mohammed Benzakour reikt in schelmenroman gedachten over het leven aan
In dit artikel:
In *Het lied van Agilouz. Hoe ik vogels bevrijdde uit Indonesië* verweeft Mohammed Benzakour zijn liefde voor zijn ouders met een lichtvoetig en soms humoristisch verslag van zijn strijd voor vogelvrijheid. Benzakour, die als peuter van de Rif naar Zwijndrecht verhuisde, schreef eerder over zijn moeder in *Yemma* en over zijn vader in *De reus van de Rif*, dat werd uitgeroepen tot het beste non-fictieboek van 2024.
De aanleiding voor zijn nieuwe boek is een herseninfarct van zijn moeder. Wanneer blijkt dat zij niet meer zal herstellen en permanent in een woonvoorziening moet blijven, raakt Benzakour diep ontredderd. In een park biedt het gezang van een winterkoninkje hem troost. Hij noemt het vogeltje Agilouz, een naam die vrijheid en lichtheid betekent en een omkering is van de naam van zijn moeder, Zouliga.
Vanaf dat moment krijgen vogels een centrale plaats in zijn leven. Nadat hij leest dat in Indonesië meer vogels in kooien zitten dan er vrij rondvliegen, reist hij meerdere keren naar Java. Op zijn scooter zoekt hij kooivogels op en probeert hij ze vrij te kopen of hun eigenaren te overtuigen. Wanneer dat niet lukt, laat hij de dieren soms ’s nachts heimelijk vrij. Elke geslaagde bevrijding geeft hem grote voldoening.
Het autobiografische non-fictieboek wordt getypeerd als een schelmenroman: Benzakour treedt op als antiheld die op eigenzinnige wijze maatschappelijke misstanden probeert te herstellen. De recensie prijst zijn vrolijke stijl, taalvondsten en humor, onder meer over vogelaars en hun geduld. Onder die lichtheid schuilen bespiegelingen over de verhouding tussen mens, dier en aarde, en vooral over verlies, ouderliefde en vrijheid. Een enkele vloek vormt volgens de recensent een kleine ontsiering van een verder bijzonder geslaagd boek.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'