Mogelijk verbod op bestrijdingsmiddelen met PFAS: vrees voor aardappelziekte
In dit artikel:
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) herbekijkt vanaf deze week 46 bestrijdingsmiddelen omdat nieuw Deens onderzoek laat zien dat PFAS in die middelen afbreken tot TFA, een zeer persistent bijproduct dat makkelijk in grond- en drinkwater kan terechtkomen en mogelijk schadelijk is voor de voortplanting. Het Ctgb zet de Deense inzichten in Nederlandse grondwatermodellen om te bepalen of de TFA-stromen onder Europese normen blijven; de definitieve keuzes volgen uiterlijk april 2028. Het ministerie van Landbouw verwacht in mei de uitkomst van aanvullend onderzoek van Wageningen University, op basis waarvan met de sector naar alternatieven wordt gekeken.
Het college waarschuwt dat er nu nog geen acuut gezondheidsrisico is, maar dat TFA op langere termijn de drinkwatervoorziening kan bedreigen omdat het zich ophoopt in bron- en grondwater. Proefberekeningen geven volgens het Ctgb al sterke aanwijzingen dat een verbod op een groot deel van de middelen nodig kan zijn, maar elke toepassing wordt eerst afzonderlijk beoordeeld.
Voor aardappeltelers zijn de mogelijke beperkende maatregelen ingrijpend. Een deel van de middelen beschermt tegen Phytophthora infestans; zonder effectieve bestrijding kan die ziekte een gewas binnen twee weken verwoesten. LTO Akkerbouw waarschuwt dat de sector nu net voldoende middelen heeft om ook natte jaren en resistentieontwikkeling te beheersen. Econoom Jelmer Schreurs (ABN AMRO) benadrukt dat de aardappel voor reguliere akkerbouwbedrijven economisch erg belangrijk is — ongeveer een derde van het inkomen.
Korte-termijnalternatieven lijken beperkt. PFAS is in deze middelen onderdeel van de werkzame stof, dus het simpelweg weghalen is geen optie. Volledig omschakelen naar biologische teelt is op korte termijn onrealistisch; het gebruik van resistente rassen helpt maar vraagt medewerking van afnemers. Verwerkers in Noordwest-Europa willen vaak één ras voor friet of chips, wat het moeilijk maakt om snel robuuste rassen breed in te voeren.
Het Ctgb adviseerde het ministerie om impact en mogelijke vervangers te onderzoeken; afhankelijk van die uitkomsten kunnen middelen van de markt worden gehaald, doseringen worden verlaagd of vergunningen blijven bestaan. Een ingreep kan grote gevolgen hebben voor de Nederlandse akkerbouw en dwingt tot snelle aanpassing van bestrijdingsstrategieën en ketenafspraken.