Modeman Martijn N. krijgt 3,5 jaar cel in hoger beroep omvangrijke zedenzaak - fors meer dan rechtbank oplegde
In dit artikel:
Het gerechtshof in Amsterdam heeft modeontwerper Martijn N. in hoger beroep veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor twee verkrachtingen, ontucht met twee minderjarige jongens en een aanranding. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en achtte vijf van de tien onderzochte zedenzaken tussen 2011 en 2021 bewezen; in de overige zaken sprak het vrij. De rechtbank had N. anderhalf jaar geleden al veroordeeld voor ontucht met twee minderjarigen en een aanranding, met een lagere straf van 18 maanden (waarvan acht voorwaardelijk). Het Openbaar Ministerie had in hoger beroep zeven jaar geëist.
Het hof begon bij een uitgangspuntstraf van 50 maanden en bracht daarop kortingen in: zes maanden vanwege onder meer een persoonlijkheidsstoornis die volgens het hof deels meewerkte in het delictgedrag en het volgen van behandeling sinds 2021, plus vermindering vanwege ouderdom van enkele zaken en mediabelangstelling; daarnaast twee maanden aftrek wegens overschrijding van de redelijke termijn. Zo resteerden 42 maanden cel.
De zaak ontplooide zich ruim vijf jaar geleden na onderzoeksjournalistiek van Het Parool en NRC; daarna meldden achttien mannen zich bij de politie. Veel aangevers waren jong toen de feiten plaatsvonden; twee waren 15. Enkele slachtoffers verklaarden dat zij tijdens de contacten verstijfden of pas later beseften wat er gebeurde.
Het hof verwierp het verzoek van justitie om een algemeen herkenbaar patroon van N. als schakelbewijs te gebruiken en besprak iedere zaak afzonderlijk: betrouwbaarheid van de verklaring, ondersteunend bewijs en het bestaan van dwang, en vervolgens of N. daar opzet bij had. In twee zaken oordeelde het hof dat sprake was van verkrachting — onder meer omdat N. volgens het hof de keel van één slachtoffer dichtkneep — en in een andere zaak zette hij door ondanks verbaal en fysiek verzet van een toen 17-jarige.
N. ontkende dwang en zei tijdens het proces dat hij mogelijk te dominant was, maar dat “als er duidelijk nee wordt gezegd, dan is het ook nee.” Het hof sprak zijn veroordelingen voor ontucht met minderjarigen hardop stuitend uit en legde ook schadevergoedingen op (variërend van €4.000 tot €6.100). De verdediging overweegt cassatie bij de Hoge Raad, die alleen juridische toetsing zal doen.