Modeman Martijn N. krijgt 3,5 jaar cel in hoger beroep, fors meer dan rechtbank oplegde

maandag, 8 juni 2026 (10:48) - Het Parool

In dit artikel:

Modeontwerper Martijn N. is in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor vijf bewezen zedenzaken: twee verkrachtingen, ontucht met twee minderjarige jongens en een aanranding. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank omdat het tot andere conclusies kwam; van tien behandelde zaken achtte het hof er vijf bewezen, in de overige zaken volgde vrijspraak.

De tenlasteleggingen dateren van incidenten tussen 2011 en 2021. Het onderzoek kwam op gang na publicaties van Het Parool en NRC vijf jaar geleden; ruim honderd bronnen werden gesproken en achttien mannen deden aangifte. Veel aangevers waren jong toen zij met N. afspreken—twee waren vijftien—en sommige beschreven dat ze tijdens de seksuele handelingen verstijfden of pas achteraf beseften wat er was gebeurd.

Het openbaar ministerie had zeven jaar cel geëist; de rechtbank had anderhalf jaar geleden 18 maanden opgelegd, waarvan acht voorwaardelijk. Het hof nam aanvankelijk 50 maanden als uitgangspunt, maar verlaagde die straf met zes maanden vanwege de ouderdom van sommige feiten, media-aandacht en verminderde toerekenbaarheid, en verlengde de korting met nog eens twee maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waardoor 42 maanden resterden (met aftrek van eerder voorarrest).

Het hof nuanceert de bewijslast: het volgt de OM-redenering van een herkenbare werkwijze (schakelbewijs) niet voor alle zaken en beoordeelt iedere zaak afzonderlijk aan de hand van de betrouwbaarheid van de verklaringen, aanvullend steunbewijs en de vraag of er dwang was. In enkele zaken ontbrak dat steunbewijs of kon onder de oude zedenwet (voor 1 juli 2024) niet wettig en overtuigend bewezen worden dat er dwang was. De oude wet vereiste bewijs van dwang, geweld of bedreiging; de per 2024 ingevoerde nieuwe zedenwet legt nadruk op expliciete instemming.

In twee zaken oordeelde het hof dat er wel verkrachting plaatsvond; in één zaak speelde mee dat N. volgens het hof de keel van het slachtoffer dichtkneep, in een andere negeerde hij verbaal protest en ging hij door. Het hof veroordeelt N. ook voor eerdere veroordelingen wegens ontucht met twee vijftienjarige jongens en noemt dat handelen “stuitend”. Slachtoffers krijgen samen schadevergoedingen toegewezen (6100 euro aan één slachtoffer; 5000 euro aan drie anderen; 4000 euro aan een vijfde).

N. ontkende altijd dat hij dwong en zei in hoger beroep dat hij wel “te dominant” was maar geen dwang toepaste; hij was afwezig bij de uitspraak. Zijn raadsman Gerard Spong overweegt cassatie bij de Hoge Raad, die alleen toetsing van rechtstoepassing en motivering doet, niet een nieuwe feitenbeoordeling. Daarmee is de inhoudelijke behandeling van de zaak na ruim vijf jaar in hoger beroep afgerond.